Wolkenkrabbers in Afrika

 15 april 2013

Maandagmiddag, 10:10

Ik zit nu aan de eettafel. Hier eten wij ’s ochtends altijd brood met pindakaas en als je geluk hebt, heeft er iemand chocopasta meegenomen. De chocopasta is echter altijd binnen twee dagen op. Brood met pindakaas heb ik nu dus wel gezien. We krijgen in de ochtend ook altijd een kopje thee, alleen soms smaakt de thee ietwat raar, omdat het water in dezelfde pan wordt gekookt als waar we gister nog gehakt in hebben gebakken. ’s Middags krijgen we vaak warm te eten. Soms spaghetti, soms een gekookt ei, maar we eten ook ‘turn-over-bitches’ (wentelteefjes hihi). In de avond vaak rijst of zelfs hutspot en elke donderdag is het hamburgerdag. Ook hebben we een keer een traditioneel Malawiaans gerecht gegeten: nsima. Dat is een soort dikke bol gemaakt van maismeel en water. Dit alles wordt door onze huisvader en/of huismoeder gemaakt.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 7:00

Ik rol uit mijn bed. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Het is tijd voor een wasbeurt. Het is vrij koud deze ochtend, voor Afrikaanse begrippen. Ik vul een emmer met water en dwing mezelf dat donkere hokje in. Onhandig hang ik mijn handdoek en onderbroek aan het gespannen touwtje boven mijn hoofd. Ik kleed mezelf uit. Iedere keer als ik in dat hokje sta, bid ik weer dat er niemand zomaar dat hokje binnen komt stormen als ik net in m’n blote billen sta. Er zit helemaal geen slot op de deur. Zodra ik uitgekleed ben, plens ik het koude water over me heen. God, wat is dat koud. Gelukkig ben ik gauw klaar met wassen en bibber ik het hokje alweer uit. Nou dat viel toch best mee, Nina. Nu moet ik alleen nog mijn haar wassen. Gelukkig hebben we een kraantje, waar ik gewoon mijn hoofd onder houd en zo mijn haren was. Dat is zo gefixt. Ik ben weer schoon. Nu maar eens kijken hoe lang ik deze keer schoon kan blijven.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 8:15

We staan op het punt om te vertrekken. Vandaag gaan we een dagje naar Blantyre. Het was Georges’ idee om te gaan en hij had een member meegevraagd. Anne en ik gingen ook mee. We hadden besloten om deze dag alles voor deze member te betalen, omdat hij geen rooie cent te makken heeft. We gaan op zoek naar een busje om richting de grote stad te gaan. Blantyre is een stuk rijkere stad dan waar ik nu verblijf, in Zomba. Er schijnen zelfs wolkenkrabbers te zijn, heb ik van horen zeggen. Wolkenkrabbers in Afrika, interessant! Op de busstopplaats wordt geschreeuwd en geroepen, want we moeten hún bus in. ‘Azungu you go to Blantyre?’. Verdwaasd kijken we onze member aan, gelukkig weet hij een goede bus naar Blantyre voor een mooi prijsje te regelen.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 10:00

De bus is eindelijk vertrokken. Het werd tijd, we hebben een uur lang gewacht tot de bus vol was. En vol betekent hier ook echt VOL. Met z’n vieren op de bank, waar eigenlijk maar drie mensen op passen. We rijden, we rijden, we rijden. De weg is verschrikkelijk. Overal zijn gaten en hobbels in de weg. Op een gegeven moment wordt de chauffeur aangehouden door de politie. De hele bus kijkt ernaar. ‘Cola police’ fluistert onze member in mijn oor. ‘What? Cola police?’ Oh nee ik snap het al, hij bedoelt ‘corrupt police’. Die Afrikanen draaien de letter R en L vaak om. Corrupt police is dus collupt police. En ik heet dan bjivoorbeeld Nina Reek. En toen we het over the elections hadden… Kreeg het gesprek wel een heel bijzondere wending.

Het verbaast mij trouwens niet eens meer dat we corrupte politieagenten tegenkomen, ik ben het al bijna gewend.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 12:00

Eindelijk aangekomen in de grote stad. Ik zie nog geen wolkenkrabbers. We hadden gehoord dat er niet zo heel veel te doen is in Blantyre. We hadden van tevoren nog geprobeerd een high-tea te regelen. Ik heb eerst vier keer naar het verkeerde nummer gebeld en toen ik eindelijk het goede nummer te pakken had, kregen we te horen dat het volgeboekt was. Helaas, peanutbutter. Dus, had ik even bedacht dat het wel leuk zou zijn om naar het Malawiaanse museum te gaan! Anne en George hadden er vrij weinig zin in, maar ik heb ze enigszins gedwongen om mee te gaan. We komen aan bij het museum en de azungu’s moeten 200 kwacha betalen en onze member, de akoeda, hoeft maar 20 kwacha te betalen. Zie je dat al gebeuren in Nederland? De blanken hoeven maar een euro te betalen en de negers mogen alleen naar binnen als ze 5 euro betalen. Misschien is dat niet een hele eerlijke vergelijking, maar goed, jullie begrijpen de ironie.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 13:00

Het museum stelde vrij weinig voor, maar ik vond het leuk om te zien. Het is nu lunchtijd. Ik verkondig een paar keer duidelijk dat ik honger heb. Achteraf schaam ik me een beetje. Ik heb nog ontbijt gehad deze ochtend. Onze member heeft waarschijnlijk helemaal niks gegeten vanochtend. Vandaag doet volgens mij iedereen wat ik zeg, eerst naar het museum en nu gaan we op zoek naar de Kentucky Fried Chicken, omdat ík daar trek in heb. We komen bij de Chicken Inn, een nep-KFC. Ik kies voor een paar stukjes kip met patat en ik laat onze member ook kiezen. Hij voelt zich ongemakkelijk om te kiezen. Hij heeft helemaal geen geld om eten te kopen en hij weet dat wij het voor hem betalen. Wij hebben daar natuurlijk geen problemen mee, maar ik kan zien dat hij het moeilijk vindt. Hij kiest voor een of ander kip-menuutje en vraagt me twijfelachtig of hij ook wat drinken mag bestellen. Maar natuurlijk!

Uiteindelijk krijgen we het eten. Ik krijg het makkelijk op, maar het bord van onze member ligt nog halfvol. Ik zie dat hij het met moeite naar binnen werkt. ‘If you are full, you can just leave it.’ zeg ik tegen hem. ‘No I will eat it, you paid for it’. Hij propt en propt en uiteindelijk is zijn bord leeg. Het bedrag wat we voor zijn eten hebben betaald, is 3 euro. Hij had hier waarschijnlijk twee hele dagen van kunnen eten. Anne zegt ook dat als je honger kent of gekend hebt, je waarschijnlijk nooit zo’n bord eten zal laten staan. Ik vind het bijna erg dat we zulk ‘duur’ eten voor hem hebben gekocht. Heeft hij er wel van genoten, wetende dat hij met dat geld hele andere dingen had kunnen doen?

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 14:00

We hebben onze buikjes rond gegeten en we zijn op zoek naar de volgende activiteit. De member neemt ons mee in de winkel ‘Game’. In deze winkel verkopen ze allerlei soorten elektronica. Van koelkasten tot flatscreen televisies. Ik weet niet zo goed waarom hij ons naar deze winkel heeft meegenomen. Ik word helemaal niet gelukkig van al deze dure dingen. Dit hoef ik toch helemaal niet te zien als ik in Afrika ben? Ik kan me ook niet voorstellen dat hij er zelf gelukkig van wordt. Al die mooie dure dingen die hij ziet staan, die hij toch never nooit van zijn leven in bezit zal hebben. Anne en ik worden naar van deze winkel en we gaan gauw de winkel uit.

Er is ook een bioscoop. Omdat ik weet dat er verder toch niet veel te doen is, stel ik de rest voor om naar de bios te gaan. De member en Georges gaan liever naar het voetbalstadion om een wedstrijd te kijken. Rond dit tijdstip draaien er eigenlijk alleen maar animatiefilms, maar dat maakt Anne en mij helemaal niets uit, wij willen naar de film! We kiezen de film ‘Brave’ uit, een film over een meisje dat prinses is en moet trouwen met een prins, maar dat helemaal niet wil. Klinkt als een standaard meisjesfilm, maar deze prinses is een toffe chick met pijl en boog. Het is een mooie zaal waar we in zitten met een groot scherm waar de film afgespeeld wordt. Maar het blijft Afrika hè. De film wordt afgespeeld in 3D, maar niemand heeft een 3D brilletje, haha! De hele film is dus een beetje wazig.

Het was lekker om weer even een filmpje te kijken, hoewel ik me toch wel weer heel erg ‘thuis’ voel in zo’n luxe bioscoop. Het was leuk voor even, maar liever niet meer. Ik ga wel weer lekker naar de film als ik terug in Nederland ben.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 16:00

Anne en ik moeten wachten op Georges en onze member die nog bij de voetbalwedstrijd aan het kijken zijn. Om onze tijd te vullen, gaan we maar weer terug naar de Chicken Inn om een ijsje te eten. Terwijl we op het terrasje in de zon een ijsje zitten te eten, komt er een jongetje in afgedankte kleren langs en graait in de prullenbak. Hij heeft iets te eten gevonden.

Anne en ik kijken ernaar en worden stil. We hebben al heel vaak straatkinderen in Zomba gezien. Geloof mij, veel. Nog nooit heb ik hen iets gegeven. Net als die corruptie is het voor mij bijna gewoon geworden dat die kinderen op de straat leven en om geld bedelen. Maar iedereen zegt me altijd dat je ze niets moet geven, omdat je dan het bedelen in stand houdt. Ik krijg het er benauwd van. In Zomba is iedereen arm en zijn er ook heus wel hele zielige bedelende kinderen. Maar dit is zo’n groot contrast. Zit je dan, je ijsje te eten, slechts om je tijd ergens mee te vullen, terwijl er naast je een kind uit de prullenbak zit te eten. Anne en ik hebben het erover en twijfelen of we het ijsje aan hem moeten geven. ‘Ja maar straks komt er nog een horde straatkinderen de hoek om die ook allemaal ijs willen.’ We twijfelen nog meer. Uiteindelijk kan het me niets meer schelen en loop ik naar het jongetje toe en geef hem mijn ijsje. Ik weet niet of het verstandig is. Dat maakt me ook eigenlijk niet zoveel meer uit. Hij heeft een lekker ijsje.

 

13 april 2013

Zaterdagavond, 20:00

We zijn weer thuis. We hebben zelf wat eieren gekocht als avondeten. De member die met ons mee is geweest, eet mee deze avond. Er zit nog een andere member bij het huis en omdat ik het zo lullig voor hem vind om hem niet mee te laten eten, vraag ik hem ook. Ik geef hem een ei en Anne en ik delen een eitje. Na het eten willen we een klein ‘feestje’ vieren. Het is de laatste avond als huisvader van Pachalo. We geven hem en de member die vandaag niet met ons mee was wat geld om frisdrank voor zichzelf te halen. Anne en ik pakken onze zakken chips erbij en het feestje kan beginnen. Het is gezellig. Op een gegeven moment slaat de sfeer om. De member die vandaag niet met ons mee was, heeft iets op facebook gezet. Het bericht is iets in de richting van: ‘Hoe kan het toch dat de rijkeren meer gezegend lijken door God?’. Dit was duidelijk gericht op ons, als azungu’s. Ik voel me er nogal lullig over. Wij hebben hem natuurlijk niet mee genomen naar Blantyre, maar wel iemand anders. Hij heeft geen maaltijd van ons gekregen in de Chicken Inn of een leuk bioscoopbezoekje. Anne en ik zijn er tegelijkertijd ook een beetje pissig over. Hoe kan hij nu zoiets denken? Ik snap het natuurlijk wel. Als je niets hebt, lijkt het natuurlijk alsof de rijke mensen altijd maar heel gelukkig zijn, want ze kunnen alles kopen wat hun hartje begeert. En hoezo verdient hij niet zo’n leuk dagje naar Blantyre?

 

15 april 2013

Maandagochtend, 11:40

Ik denk nog eens na over dit weekend. Het zou gewoon een gezellig dagje naar Blantyre moeten zijn geweest. Toch zat er uiteindelijk een vrij gespannen lading aan. Ik heb gezien hoe groot het verschil tussen mensen en steden in een land zelf al kan zijn. Natuurlijk is er een groot verschil tussen Nederland en Malawi. Maar dat het verschil tussen de stad Zomba en Blantyre, twee uurtjes rijden, ook al zo groot is, verbaasde mij wel. Ik vond het wel heel lastig om te zien. Het was al helemaal confronterend toen wij dat ijsje zaten te eten op het terras. Ik denk ook achteraf dat het geen goed idee is geweest een member mee te nemen en alles voor hem te betalen. Ten eerste omdat diegene zelf nauwelijks geld heeft en dan opeens ziet hoeveel vermogen wij eigenlijk hebben. (Wat eigenlijk niet eens per se waar is, in Nederland ben ik geen rijk persoon). Ten tweede omdat je de één uitnodigt en de ander(en) thuis laat en niets geeft. Ik heb er wel weer van geleerd. En ik heb misschien nu pas écht goed het verschil tussen rijkdom en armoede gezien.

 

Kusjes Nina

T.I.A.

De laatste maand van mijn avontuur is aangebroken. Ik heb heel erg lang naar deze reis toegeleefd en dan heb je plotseling nog maar één maandje te gaan. Waar is de tijd gebleven? Voor ik het weet zit ik al in het vliegtuig naar huis. Voor ik het weet ben ik weer gewend aan het Nederlandse dagelijkse leventje. Voor ik het weet ben ik 50 jaar. Ik vermaak me zo goed hier, het voelt alsof een dag maar 5 uur heeft hier. Alleen af en toe verlang ik stiekem ook wel naar huis. Ten eerste verlang ik ernaar mijn ouders en zusje, vrienden en lieve vriend weer te zien. En vooral verlang ik er ook weer heel erg naar om vers bruin brood met een dikke laag boter en een plak belegen KAAS te eten! En dan een cola lightje erbij. Daarnaast mis ik soms ook wel het gemak waarmee dingen in Nederland  gaan.

Vandaag bijvoorbeeld. Lisanne, Anne en ik hadden een paar ‘korte’ klusjes die we moesten zien te fixen in Zomba Town. Ten eerste moesten we naar de immigratiedienst om ons visum te verlengen. We wisten de weg niet, dus vroegen wij een politieagent om hulp. Deze en nog een andere agent waren druk bezig met een arrestatie, maar als een azungu je iets vraagt, dan gaat dat boven alles. We werden vriendelijk geëscorteerd door de twee politieagenten naar het immigratiebureau.

Tien meter verder was het bureau al. Ja daar was die escort zeker voor nodig geweest.  Voor 5000 kwacha (10 euro) konden we hier ons visum verlengen. Terwijl we heel formeel bezig zijn een formulier in te vullen, wordt ons gevraagd wat we in Zomba zoal als ‘enjoyment’ doen. Ehh … ‘We are going to Zomba Plateau and Mulanje Mountain.’ ‘And to club G!’ grapte ik. Club G is in Zomba dé uitgaansplek. Je zou het alleen amper een club kunnen noemen, maar als je een keer uit wilt gaan is het best leuk. Het wordt echter niet als een al te nette plek gezien. Er lopen vaak prostituees rond.

‘Have you ever been there?’ vraagt de nette man in pak van de immigratiedienst. ‘No.’ Loog ik. ‘If you want to go there, you can call us!’ zegt de opeens iets minder nette man. Sta je dan met een bek vol tanden. Wat zeg je dan als je opeens door zo’n hoge pief uitgenodigd wordt naar Club G? ‘Ehh yes ofcourse we will call you!’. Als we klaar zijn met het formulier invullen, snellen we ons naar buiten. Buiten moeten we nog even grinniken, maar gaan gauw verder op ons avontuur. De volgende stop is de TNM shop, waar je internet kunt kopen. De dongle die best veel geld heeft gekost, heeft het na twee weken al begeven. Dat kan natuurlijk niet hè.

Na lange tijd uitgelegd te hebben dat de dongle het écht niet doet, nee écht niet, zelfs niet op andere computers, heeft het vrouwtje geconcludeerd dat er dan maar een virus op onze laptop zit. Nee geen geld terug, niks. We moeten er zelf maar voor zorgen dat het zogenaamde virus verdwijnt. Als we buiten staan zegt Anne: ‘Volgende keer trek ik die vrouw over de toonbank.’ Dat vind ik een heel puik plan van Anne.

Lisanne en Anne moeten ook nog een paar kaarten op de post doen. Maar als we de rij in het postkantoor zien, rennen we gillend naar buiten. We gaan maar gauw op zoek naar nieuwe batterijen voor mijn camera. Ik heb dubbel A nodig, maar dan wel alkaline of zoiets, want al die anderen doen het niet. Bij de fotoshop zouden ze die wel moeten hebben, heb ik me laten vertellen. Toen ik daar aankwam, snapte mevrouw mijn ‘special request’ niet helemaal en dacht ze dat ik een fluorescerend gele fotolijst wilde kopen. We hebben uiteindelijk een uur in de hitte door Zomba geslenterd, maar ik heb ze gevonden! Ik heb ze alleen nog niet durven uittesten. Nóg een teleurstelling deze dag kan ik nog even niet aan.

We waren er met z’n drieën wel een beetje klaar mee en gingen op zoek naar een taxi. En of het nog niet erger kon, stond de taxi plotseling midden op de weg stil. Nu verbaasde me dat eerlijk gezegd niet. De gemiddelde taxi hier is een wrak. Sommige taxi’s missen een stuk dashboard en bij 9/10e van de taxi’s doet de snelheidsmeter en het benzinepeil het niet. Bij iedere hobbel die je over gaat, hoor je wat rammelen en de auto slaat zo’n vijf keer af per ritje. Laatst kwamen we de heuvel niet eens op en reden we langzaam achteruit. Zie je het voor je? We zijn de hele ochtend zoet geweest met dit avontuurtje om wat ‘korte’ klusjes te fixen. In Nederland zou je na een uurtje klaar zijn en die snelheid waarmee dat dan gaat mis ik ook wel een beetje.

Maar dan gebeuren er hier in Malawi dan ook zulke vreemde dingen, daar word je bang van. Er schijnt hier in Malawi, laten we hopen niet in Zomba, een man rond te lopen die op een hele nare manier zijn geld schijnt te verdienen. Hij heeft een paar hulpjes die midden in de nacht bij mannen in hun huis naar binnen sluipen om hun PENIS eraf te snijden. Deze penissen schijnen heel veel geld op te leveren. Ze worden namelijk verkocht aan vissers die deze piemels gebruiken als aas. Gatver de gatver. Deze man is toen een tijdje geleden op gepakt, maar omdat deze ‘dick-cutter’ al zoveel winst had gemaakt, kon hij zichzelf na een week weer uitkopen. Thank god dat ik geen man ben. Natuurlijk is dit een verhaal dat ik heb gehoord, maar laatst heb ik zoiets naars ook bijna in real-life meegemaakt:

We zaten  voor ons vrijwilligershuis een beetje uit te rusten. Toen zagen we opeens een hele grote groep mensen langslopen. Ik was heel nieuwsgierig wat dat was. Er werd mij verteld dat deze mensen een dief aan het achtervolgen waren. Een paar members van ons project waren nog nieuwsgieriger en besloten de groep te achtervolgen. Ondertussen werd ons verteld dat diefstal hier als een heel erg misdrijf wordt gezien. Waarschijnlijk zou deze man aan het eind van de wandeling helemaal in elkaar geslagen worden door deze grote groep mensen. Toen de members terugkwamen, werd dit inderdaad bevestigd.

De dief was helemaal in elkaar gemept. Hij werd zelfs met een panga, een soort kapmes, geslagen. Ik was nogal in shock van dit verhaal. Dit kon toch niet echt waar zijn? Hoe wist die hele groep mensen nou zo zeker dat dit een dief was? En je weet de beweegredenen van zo’n dief toch ook helemaal niet? Wat nou als hij stal om medicijnen voor zijn zieke moeder te kopen? Natuurlijk keur ik diefstal niet goed, maar jeetje, dit gaat wel heel erg ver. Later werd mij uitgelegd dat de mensen dit als een plicht zien om een dief zo te behandelen. De politie is hier zo corrupt als de pest, dus als hij de gevangenis in zou gaan, zou er met hem waarschijnlijk precies hetzelfde zou zijn gebeurd als met de zogenaamde ‘dick-cutter’; hij zou na één week alweer de gevangenis uit zijn. Uiteindelijk snap ik ergens wel dat men zoiets doet met zo’n dief, maar ik kan er toch niet helemaal bij met m’n verstand. Ik was wel een beetje van slag de hele dag.

Gelukkig gebeuren er ook hele leuke en/of grappige dingen hier. Niet alleen maar ‘heavy shit’. Malawianen geloven namelijk ook in hekserij. Té grappig al vraag je het mij.  Een member vertelde mij een lang en vaag verhaal over een heks die langs zijn huis kwam en dat zij kon zien dat iemand voor zijn huis met een luipaard voor zijn huis had gevochten. Daarnaast werd diezelfde member een keer midden in de nacht wakker omdat er een slang in zijn bed zat en wist hij 100% zeker dat er een spelletje met hem gespeeld werd door een heks. Ook vertelde weer iemand anders dat hij soms uit het niets een klap in zijn gezicht voelde. Dat waren dan geesten of misschien ook wel een heks die hem dat aandeden. Ik vind dit echt te hilarisch voor woorden, maar deze mensen geloven er heilig in, dus doe ik heel hard mijn best m’n gezicht dan in de plooi te houden.

Er zijn veel dingen waar ik soms moeite mee heb, of die ik mis, dan verlang ik naar die dingetjes die het in Nederland allemaal zo makkelijk maken. Tegelijkertijd zijn deze dingen geweldig om mee te maken. Echt te gek voor woorden. Het spreekwoord T.I.A., This Is Africa, past perfect bij dit soort situaties. Ik hoop dat mijn laatste maand nog heel lang gaat duren. Ik ben bang dat ik als ik met mijn ogen knipper alweer in het vliegtuig zit.

Heel veel liefs!

 

Nina