Euthanasie en bonenschotels

Elke ochtend moet ik de trein hebben van Amsterdam Centraal naar Utrecht Centraal. De dagelijkse reis die ik onderneem om naar school te komen. Zodra ik op het perron sta, probeer ik automatisch in te calculeren hoe groot de kans is dat ik tussen deze grote hordes mensen een zitplaatsje in de trein kan krijgen. Een oerinstinct binnenin mij schreeuwt dat ik per se MOET zitten. Ik ben niet slecht ter been, ik ben niet ziek of zwak, maar gewoon een beetje egoïstisch. En laten we wel wezen, dat zijn we allemaal als het enige alternatief is dat je een halfuur lang staat te balanceren in een overvolle coupé.

De trein komt aanrijden en ik schuifel stapje voor stapje naar de stippellijn om perfect voor de treindeur uit te komen. Tot mijn grote geluk kan ik precies instappen bij de eerste klas, waarna ik door de coupés naar de tweede klas kan rennen. Tussentijds smijt ik bijna een klapdeur in iemands gezicht en loop ik een korte vertraging op doordat ik mijn excuses aan hem moet aanbieden. Gelukkig zie ik dezelfde paniek in zijn ogen in zijn zoektocht naar een zitplek in de tweede klasse en geeft hij me een knipoog. We zijn op dezelfde missie.

Mijn stress en moeite heeft baat gehad, want ik zit! Niet heel veel later komt er een vrouw naast me staan die naar de stoelen wijst met de vraag: ‘Is dit twee?’ Het is een vrouw van ongeveer zestig jaar. Ze heeft een uitgezakte rimpelige huid van het roken en kort grijs haar dat ze met weinig succes heeft geblondeerd. Het duurt een paar seconden voor ik haar vraag weet te beantwoorden. Is dit twee? Wat is twee? Deze stoelen? Zit ik zo wijdbeens dat ze niet begrijpt dat de stoel naast mij vrij is? Haar vraag is niet echt in duidelijk Nederlands gesteld, en ik ben een beetje verward. Dan begrijp ik dat zij waarschijnlijk hetzelfde avontuur als ik heb afgelegd in de trein en ook uit de eerste klasse vandaan gesprint komt. ‘Ja, dit is de tweede klasse’ vertel ik haar en ze komt naast me zitten.

Je moet begrijpen dat ik naast egoïstisch ook nog erg antisociaal ben als we het over treinen hebben. Het liefste staar ik de hele rit van Amsterdam naar Utrecht doelloos naar buiten of probeer ik alle snapchatfilters op mijn telefoon uit zonder de foto’s daadwerkelijk online te zetten. Dat deze mevrouw vervolgens naast me komt zitten en naar mij zit te koekeloeren en wel erg graag met me lijkt te willen praten, zit ik totaal niet op te wachten. Ik zweer het je op mijn geodriehoek: haar nek staat al de hele reis negentig graden mijn kant op gedraaid.

bonen

De eerste twintig minuten van de treinreis loop ik druk te tikken op mijn telefoon en tel ik al mijn 346 armharen. Alleen de laatste vijf minuten van de treinreis moet ik er toch aan geloven, nadat ik uit reflex links naar buiten kijk om te zien of we er al bijna zijn. Ik kijk recht in twee gifgroene slangenogen. Oké, dat is absoluut overdreven, maar ze lijkt ergens wel een beetje op Voldemort met een feestneus. ‘Gelukkig rijdt deze trein wel door’ zegt ze. Ik knik. ‘Ja, want al die springende mensen he, tegenwoordig’ zegt ze. ‘Op het spoor?’ floep ik eruit. Ik realiseer me meteen dat ik nu het kakelende monster heb aangewakkerd door me verbaal te mengen in dit gesprek. ‘Ja, en dat noemen ze dan een aanrijding met een persoon. Maar dat is gewoon zelfmoord, denk ik dan. En het gebeurt steeds vaker he. Kunnen ze die mensen niet gewoon op een fijnere manier laten gaan? Kijk, mensen vinden mij dan ook wel heel progressief en zo, maar je kunt iemand ook gewoon vredig laten sterven met een spuitje. Ik ben zelf ook twee vrienden verloren door een aanrijding met een trein’. ‘Oh ja?’ vraag ik haar. ‘Jazeker, dat was heel erg. Maar nog erger voor de mensen die het moeten opruimen!’.

Terwijl ze verder praat, dwalen mijn gedachten af. Ik denk aan mijn fiets die op Amsterdam Centraal staat en vraag me af of ik hem wel goed heb geparkeerd. Ze hangen dan van die groene kaartjes aan je stuur met daarop een datum. En als je deze dan te lang hebt laten staan, komt er vier man in oranje reflecterende jasjes met een busje en een slijptol om je fiets mee te nemen naar de andere kant van Amsterdam. Krijg ik ook zo’n kaartje om m’n stuur als ‘ie niet goed in het fietsenrek staat? Waar koop je eigenlijk zo’n slijptol? En kun je die oranje jasjes in de was doen? Inmiddels raak ik terug in de realiteit en hoor ik mevrouw Voldemort zeggen ‘…en vanavond maak ik lekker bonenschotel’.

Ik heb werkelijk geen flauw idee hoe het onderwerp van euthanasie naar bonenschotels is geraakt. Dat is wel erg van de hak op de tak. De trein rijdt inmiddels Utrecht Centraal binnen en mevrouw staat op. ‘Fijne dag he, dame!’ roept ze me na terwijl ze met haar knokige beentjes de trein uit snelt. Ik blijf verbijsterd zitten en gniffel even. Als het ooit nog over een vervelend onderwerp als euthanasie zal gaan, zal ik voortaan alleen nog maar aan een verse, dampende bonenschotel denken.

bonenschotel

Fietsen in Amsterdam

Voor de mensen die in Amsterdam wonen is het dagelijkse kost. Voor degenen die het nooit eerder hebben meegemaakt, wil ik jullie bij deze kennis laten maken met het volgende angstaanjagende fenomeen: Het fietsverkeer in Amsterdam. Kennen jullie die famous quote van Forrest Gump nog? ‘Fietsen in Amsterdam is like a box of chocolates, you never know what you’re gonna get’. Die Forrest weet waar hij het over heeft, want fietsen in Amsterdam is elke dag weer een nieuw avontuur. Voor je op de fiets stapt, weet je niet wat er de komende paar minuten op je af gaat komen. Godmiljaar, wat ben ik elke keer weer zenuwachtig voor ik mijn tweewieler bestijg. Het openbaar vervoer is natuurlijk ook een optie, maar aangezien ik mensenschuw ben, is de fiets mijn beste optie.

Je kunt jezelf eigenlijk geen echte Nederlander noemen als je niet kan fietsen. Onze ouders leren ons op vroege leeftijd al om het ding te berijden. Ik weet nog goed de eerste keer dat ik leerde fietsen en met volle vaart de struiken van de buren in ben geracet. Toen ik het vervolgens een beetje onder de knie dacht te hebben, reed ik vervolgens in het verkeer bijna twee keer dezelfde politieagente aan. Gelukkig kon de agente niet lang boos blijven op de achtjarige ikke en kwam ik er met 120 uur taakstraf goed vanaf.

Ik heb in de tussentijd geen agentes en struiken meer aangereden (even exclusief mijn dronken fietsescapades gerekend) en heb ik heel veel op mijn fietsie geoefend. Bijna elke dag fietste ik heen en weer van huis naar school en ben ik wekelijks heel Zaandam doorgereden om alle party’s af te gaan. Ik kan ’t dus wel dacht ik altijd en ik beschouwde mijzelf een volwaardig fietser. In Amsterdam viel deze titel in duigen.

Je moet over lijken gaan om te overleven en toch binnen de gewenste tijd op de plek van bestemming aan te komen op de fiets in Amsterdam. Het gevolg hiervan is, is dat ik mijn rijskills drastisch heb moeten aanpassen en dat ik tot een paar conclusies ben gekomen. Naast bijvoorbeeld de tramrails waar je omheen moet slalommen, is er één groter obstakel waar je onmogelijk omheen kan: de toerist. Je moet begrijpen dat ik een tolerant persoon ben, ik accepteer iedereen en zelfs het meest onaardige persoon kan ik moeilijk haten. Maar toeristen halen het bloed onder mijn nagels vandaan. Van toeristen word ik een brutale egoïstische duivel op twee wielen.

 

Nina op de fiets in Amsterdam

Nina op de fiets in Amsterdam

Wanneer de toeristen de grenzen van Amsterdam over zijn gestoken, lijkt het wel of ze daarbij al hun eigen grenzen hebben laten varen en plotseling schijt hebben aan alle verkeersregels. Fietspad? Wat is dat? Eerst om me heen kijken voor ik de weg oversteek? Never heard of. Een zebrapad lijken ze dan wel weer al te goed te kennen en ze claimen dit dan vervolgens ook als heilig erfgoed. Op elk zebrapad staat minstens één toerist die net besluit daar zijn kaart te lezen of zijn jointje te draaien. Je begrijpt dus wel dat je als fietser de waarde van een zebrapad niet meer serieus kan nemen. Lekker keihard doorracen dus.

De gemiddelde toerist in Amsterdam

De gemiddelde toerist in Amsterdam

Als ik terugkijk op de tijden dat ik nog rustig op m’n fietsje door Zaandam rolde, krijg ik het schaamrood op mijn kaken bij het idee dat ik dacht dat ik wel kon fietsen. Maar hell no. Ik heb zo veel nieuwe soorten gradaties omtrent het ‘fietsverkeer’ in dit landje geleerd, dat ik mezelf nu pas een geavanceerd fietser mag noemen. Ik ben zo goed geworden in fietsen en multitasken tegelijk. Zo kan ik recht blijven rijden terwijl ik zachtjes toeristen met mijn handen voor me uitduw, omdat ik nog steeds geen fietsbel heb aangeschaft. Daarnaast kan ik met gemak een spookrijdende zwerver-hippie die al fietsend een joint draait ontwijken terwijl ik een toerist naast me in zijn oor fluister dat hij zijn vakantie godverdomme niet op mijn fietspad moet vieren.

Natuurlijk blijft zo’n talent voor veel anderen in het verkeer niet onopgemerkt. Vaak krijg ik de ergste scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd, omdat ze zo jaloers zijn op mijn rijskills. Oh well, ik ben in ieder geval heelhuids binnen de tijd op mijn bestemming aangekomen. Bitch, I’m flawless.

ONGESTELD

Ongesteld zijn, het is maar een vreemde gewaarwording. Er komt bloed uit je kut en dat is kut. Als het alleen om het bloeden ging, had ik er niet over lopen zeiken. Bloed is eigenlijk altijd best wel stoer geweest en draagt bij aan je street credibility. Het gaat er hier vooral om wat er met dat bloeden gepaard gaat. Buikpijn (hels), vreetbuien (chocola), puisten en de hierop volgende huilbuien. Je huilt om eigenlijk alles wat tegenzit wanneer je ongesteld bent. Wanneer ikzelf de rode duivel op bezoek heb, moet ik al huilen om de kleinste dingen. Ik heb bijvoorbeeld wel eens (echt waar) gehuild om die ene WNF-reclame, waarin alle visjes in een groot net worden gevangen en ze vervolgens worden bevrijd door de zeester. Zie hier:

Tranen met tuiten. Waarom ik juist op dat moment er zo om moet huilen weet niemand. Misschien komt het door het mooie liedje. Misschien komt het omdat ik zoveel van vissen hou. Only my baarmoeder may know. Het enige voordeel aan ongesteld worden, is dat je weet dat je geen baby in je nu nog strakke buik draagt. Maar na die ene dag bloeden, is die boodschap ook wel duidelijk.

tumblr_nb6u58yzHe1tkxoefo1_500

Het praten over ongesteld zijn is ook niet altijd erg stoer geweest. Wanneer je je hoofd stoot tegen de punt van de kast en er vervolgens een straal bloed uit het gat van je hoofd sijpelt, is dat stoer. Als je in een gevecht raakt met je kat genaamd Tijger, en vervolgens een enorme haal van zijn klauw in je gezicht krijgt, waardoor er enkele stralen bloed uit je gezicht spuiten, is dat stoer. Wanneer er bloed uit je kut sijpelt of spuit… Ew, niet zo stoer.

Als klein meisje word je je daar al bewust van gemaakt. Er worden je nette woorden aangeleerd om hierover te spreken, zonder je street cred kwijt te raken. Ik weet nog heel goed, toen ik elf jaar was en in het ziekenhuis lag en ik onderzocht werd door een dokter. Terwijl hij druk met zijn stethoscoop naar mijn buik aan het luisteren was, vroeg hij aan mij: ‘Ovuleer je al?’. Wat? Ovuleren? Dat is toch wat een Pokémon doet als hij naar een ander dier veranderd? Met grote ogen keek ik de man aan. Geïrriteerd vroeg hij: ‘Menstrueer je al?’. Daar had ik al helemaal nooit van gehoord. Vervolgens was mijn moeder de geïrriteerde persoon in de kamer, die heel goed begreep dat een meisje van elf jaar niet weet wat deze woorden betekenen. ‘Nee, ze is nog niet ONGESTELD’ zei ze tegen de dokter. Oh, ‘ongesteld’ was dus blijkbaar een woord dat je liever niet gebruikt.

Met mijn vriendinnetjes op de middelbare school zetten we deze gewoonte voort. Op mijn dertiende ovuleerde ik voor de allereerste keer (ongesteld dus). Even leuk om erbij te vermelden, dat mijn beste vriendin op exact dezelfde dag ook voor de allereerste keer ongesteld werd.

on plaatje

Supercool verhaal natuurlijk, maar niet echt een verhaal dat je vertelt aan je crush op wie je al het hele jaar verliefd bent. ‘Mijn vriendin en ik begonnen op dezelfde dag voor het eerst te vloeien…’, waarop je crush reageert: ‘Bedoel je vloeitjes? Van een sigaret? Cool!’ ‘Nee ik bedoel dat we samen voor het eerst ongesteld werden’ *crush valt flauw*. Hij zal hierna voortaan met een straal van minstens vijf meter om je heen lopen. We verzonnen dus ook codenamen voor het ongesteld zijn, zodat de leuke jongens in ieder geval nog naast je durfden te staan. ‘Oma is op bezoek’ was er eentje van. We kenden de uitspraak  ‘opoe is op bezoek’, maar dat vonden we obviously nergens op slaan, aangezien opoe naar een man lijkt te refereren. En een man heeft een piemel, en weet ob-vi-ous-ly niet ‘waar ongesteld zijn’ over gaat. Tampons noemden we tampony’s (Ken je dat raadsel? Het is rood en staat in de wei…) en maandverband had geloof ik ook een minder ranzige codenaam.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat ik het stom vind dat het toch nog steeds als een soort taboe aanvoelt om over ongesteldheid te praten. En dan vooral tegenover jongens. Want hoeveel ze ook hun best doen om het te begrijpen, vinden ze het eigenlijk allemaal maar een vreemde, onbegrijpelijke bedoeling. Eigenlijk schept het ook wel een soort band tussen vrouwen om hierover alleen met elkaar te kunnen praten. Wanneer je ’s ochtends bij het koffiezetapparaat staat op je werk kun je lekker tegen elkaar zeiken over je ongesteldheid. ‘Oh Joke, ik was vanochtend toch weer zo aan het bloeden!’, ‘Oh meid, vertel mij wat! Ik heb er deze ochtend wel minstens drie tampons doorheen gejast!’ ‘Nee dat méén je niet! Wat hebben we het toch zwaar hè als vrouwen, laten we ons in de pauze ongegeneerd volstoppen met m&m’s!’. Toch zou ik het liefst zien dat je er met mannen ook gewoon over kunt praten, zodat ik weer extra mensen in mijn omgeving heb waar ik tegen kan zeuren over mijn poenie als ik m’n oma op bezoek heb.

Het dagboek van een student: KOOK- & EETTIPS VOOR (en van) EEN LEEK!

Afgelopen maand was kápot zwaar. Ten eerste zorgt op jezelf wonen al voor de hoognodige stress (zie vorige blogbericht). En om het nog erger te maken, is school twee weken geleden weer begonnen. Ik heb in een week totaal wel ZES contacturen, belachelijk! Dat betekent dat ik naast al dat slapen, series kijken en uit m’n neus vreten ook nog eens twee maal per week voor drie uur naar school moet!

Alsof dat nog niet genoeg is, moet ik nu plotseling ook zelf de was doen, stofzuigen en misschien nog wel het lastigste: zelf koken. Oh god, wat heb ik veel fouten op gebied van voedsel en versnaperingen gemaakt de afgelopen weken. Ik heb echt onder erbarmelijke omstandigheden geleefd. Ik heb ingrediënten met elkaar verward,  muesli met banaan als avondeten gehad, water laten aanbranden, zelfs beschimmeld brood gegeten (lekker kotsen) en nog veel meer afgrijselijks. Was er toentertijd maar iemand  die een blogberichtje had geschreven met tips voor een student over wat wel/niet te doen met eten…

Om het goed te maken met mezelf van een maand geleden heb ik een lijst van tips opgesteld (allemaal uit eigen ervaring!), zodat dit soort gekkigheden zich NOOIT meer zullen voordoen. Natuurlijk publiceer ik dit ook voor alle andere lieve, luie, op-zich-zelf-wonende studentjes die ook maandelijks moeten teren op studiefinanciering. Hierbij presenteer ik u, de grote, grandioze:

KOOK- & EETTIPS VOOR (en van) EEN LEEK!

(1). Als er in je recept crème fraiche staat, gebruik dan ook echt crème fraiche en niet iets wat daarop lijkt. Zoals yoghurt. Je wilt namelijk niet dat je spaghetti naar yoghurt smaakt. Geloof mij. Dat wil je niet.

(2). Heb je trek? Maar wil je niet dik worden door al die marsen, zakken chips en rijsttafels die je naar binnen werkt als je weer eens zin hebt in iets te eten? Drink dan eerst een groot glas water leeg. Heb je hierna nog steeds trek? Eet sla! Heb het zelf (best wel redelijk vaak) uitgeprobeerd en het werkt! (Deze tip noem ik: slankie).

(3). Koop op z’n minst één grote (sla)kom. Je sla eten uit een steelpan is ook niet alles. En je wilt natuurlijk geen flater slaan bij je vrienden wanneer je de popcorn uit je kussensloop moet eten.

(4). Probeer gewoon altijd eerst euroshopper of het goedkoopste merk dat je kunt vinden in de supermarkt. Ik heb wel eens gehoord dat als ze iets van het A-merk over hebben, ze hetzelfde product soms gewoon in een andere verpakking gieten en dat als goedkoper merk verkopen! Geloof je nou echt dat ze voor AH Excellent, Euroshopper of het A-merk mozerella drie verschillende mozerella-fabrieken hebben? Dacht ’t niet. Daarnaast onnodig om 0,50 cent meer te betalen voor iets waartussen je waarschijnlijk het verschil niet eens proeft (tenzij je Gordon Ramsay bent). En ik bedoel, je kunt voor 0,50 cent ook zoveel leuke dingen doen! Pingpongballen kopen bij de Action bijvoorbeeld. Fucking leuk.

(5). Zet geen, ik zeg, GEEN, snoepjes in je kamer. You will eat them, and you will die.

(6). Zolang je geen date of je schoonmoeder op bezoek hebt waarvoor je hebt gekookt, eet dan gewoon uit de pan. Hoef je weer een bord minder af te wassen. En een mes gebruiken om het eten op je vork te schuiven is al helemaal niet nodig. Voor de echte die-hards: werk je eten naar binnen met de spatel waarmee je hebt gekookt. Voor die-die-hards: roer en eet je voedsel met je handen! Nooit meer afwassen, feest! (Ik heb het level ‘die-hard student’ al behaald, zoals je op de foto kan zien).

FOTO blog eten koken

(7). Wanneer je vrienden op bezoek komen, koop dan geen croissantjes voor ze. Het zal een week lang croissantvlokken sneeuwen in je kamer.

(8). Ik heb zo een schattig ‘maak-zelf-ijsjes-ding’ gekocht. Super cheap en leuk, want je kan gewoon zelf verzinnen wat je in je ijsvormpje gooit! Voor de gezonde versie doe je er gewoon vruchtensap met yoghurt in. Oh, en wel even opletten dat je dit recept goed volgt en geen crème freche gebruikt i.p.v. yoghurt, ha-ha. De echte die-hard student maakt natuurlijk malibu-ijsjes, of vodka-jus d’orange ijsjes of… Zou rode wijn ijs lekker zijn?

(9). Als je zelf yoghurt wilt maken, zet dan een glas melk minstens drie dagen in je warme kamer. Werkt gegarandeerd!

(10). Je bent een student. Je werkt al hard genoeg voor school. Je fietst al vaak genoeg heen en weer richting de supermarkt/bibliotheek/de Wallen/….. Je leert, leest en doet gewoon al genoeg op een dag. Dat je dan te lui bent om naar de keuken te lopen om een glas te pakken en gewoon het pak sap aan je mond zet, vindt dan ook niemand erg.

(11). Na het gasfornuis, de koelkast en je kaasschaaf is een waterkoker het fijnste keukenvoorwerp dat je kunt bezitten. Het water kookt nog sneller dan het licht! En met jouw drukke leven als student is dat natuurlijk iets wat je goed kunt gebruiken. Voor thee, noodles, cup-a-soup en… heet water.

(12). Een knoflookpers behoort ook tot erg fijn keukengerij. Natuurlijk niet hoognodig, maar zelf je knoflook snijden en vervolgens vijf dagen niet in je neus durven peuteren omdat je vingers zo erg naar knoflook meuren is nog véél erger. Voor degenen met een vriendinnetje hoop ik niet dat zij deze tip voor het eerst horen……..

(13). Wanneer je op jezelf woont, zul je er pas echt achter komen hoe snel dingen beschimmelen. Was ik een paar dagen weg, had zich een hele nieuwe samenleving met eigen cultuur gecreëerd in m’n vuilnisbak. Tenzij je nieuwe vrienden wilt maken, kun je om dit te voorkomen stickers met ‘ten minste houdbaar tot’ op je producten plakken, zodat de datum beter zichtbaar is!

Vraag van de week

‘Ik ging met al m’n goede vibes naar de supermarkt en kwam vervolgens met lasagne, twee zakken chips en een pak spareribs thuis. Hoe kan ik dit voorkomen? HELP MIJ!’, aldus Rosanne. Mijn antwoord: Ten eerste Rosanne, raak niet in paniek. Wij als studenten maken allemaal fouten en we steunen elkaar.  Mijn tip: Maak een lijstje met wat je wilt gaan kopen voordat je naar de supermarkt en hou je daaraan! En ga al helemaal niet met honger naar de supermarkt. Laat dus in het vervolg je vibes maar thuis, Rosan.

Dit was het weer voor deze keer lieve zoete dropduifjes! Voor de volgende keer is het onderwerp: ‘De etiquette voor een inwoner van Amsterdam’. Altijd al willen weten met welke snelheid je door de Negen Straatjes kan racen? Of hoeveel hoeren er nou eigenlijk in totaal op de Wallen staan? Stel je meest spannende/interessantste vraag over Amsterdam aan mij en wie weet beantwoord ik hem volgende keer! (Misschien ook wel niet, ik beloof niks. Waarschijnlijk heb ik over een week het idee om over het bruisende uitgaansleven in Oceanië te schrijven).

Dikke X van een Leek!

(Credits gaan uit naar Rosanne voor tip nummer 10, 13 en natuurlijk de vraag van de week).

Het dagboek van een student: Verhuisdozen uitpakken, kranten plakken en enchiladas bakken.

Je hebt van die dagen. Van die dagen dat je allerlei dingen in je hoofd hebt die je eigenlijk zou moeten doen en vervolgens de hele dag met een pak koekjes en een fles sinas (of vodka) huilend op bed ligt. En dan heb je van die dagen dat je eigenlijk niets van plan was en vervolgens je ramen staat te lappen, de kat van de buren te voeren en je nagellak op kleur staat te sorteren. Vandaag was meer een combinatie van zo’n dag, doordat ik alle ‘ echte belangrijke’ dingen zoveel mogelijk uitstelde en ik vervolgens na twee maanden ein-de-lijk mijn verhuisdozen heb uitgepakt. Inpakken was al een hele klus, maar alles eruit halen is misschien nog wel ingewikkelder. Ten eerste was ik het er nog niet mee eens hoe mijn meubels stonden, dus die moesten eerst hoognodig alle hoeken van m’n kamer zien. Dit is overigens twee weken geleden gebeurd. Vandaag heb ik, na het ontwijken van stomme belastingpapieren en het slalommen om mijn leeswerk voor school, eindelijk dus de verhuisdozen onder handen genomen. Ten tweede is het een ingewikkelde rotklus omdat je er nu pas echt achter komt wat voor een bullshit je eigenlijk allemaal in bezit hebt. Shotglaasjes en gare drankspelletjes die je nooit gebruikt (koos vriendloos), minstens vijf halfvolle fotoboeken, een paar geurkaarsen die allemaal anders ruiken en die je dus eigenlijk nooit samen aan kunt steken, rare armbanden, kleding en paarse make-up (maar ja, wie weet wil je ooit nog als zombie-diva-gothic verkleed gaan)… Het was dus, zoals je natuurlijk wel begrijpt, heel lastig om te bepalen waar ik deze nutteloze/of-misschien-toch-ooit-nuttige dingen moest laten. Gelukkig is dit me toch in één middagje gelukt (lees: twee maanden).

Dan nog zoiets… Ik woon dus sinds kort in Amsterdam (vandaar die verhuisdozen ha-ha). Ik woon op de bovenste verdieping van een soort flat. Ik zou uren door kunnen gaan over hoe fijn het was om mijn bed/matras/kast/etc. acht trappen op te tillen, maar dat is niet waar ik heen wil. Ik woon eigenlijk iets boven het dak van de rest van het gebouw. Een dak met kiezelstenen waar schoorsteentjes en dat soort ongein op staan. Kom ik doodleuk na een ochtend werken mijn kamer ingelopen (lees: ik liep de catwalk naar binnen), trek ik nonchalant mijn jas uit (als een diva dus), gooi ik mijn jas met een supersexy zwaai mijn bed op, kijk ik vervolgens met een zwoele blik de bouwvakker die op het dak staat recht in zijn ogen aan… Staat ie daar met z’n rokende schoorsteen (no puns intented) giechelend naar me te zwaaien. Fuck. Als ik zo’n soort carrière in gedachte had, was ik wel een paar straten verderop in Amsterdam gaan wonen. Ik wist ook eigenlijk wel dat ik gordijnen nodig had, maar die waren meer bedoeld voor andere doeleinden. Zodat ik niet mijn bed uitgebrand word wanneer ik tot 13:00u uit wil slapen bijvoorbeeld, of wanneer E.T. ’s avonds ongevraagd op mijn raam tikt om samen te chillen, terwijl ik gewoon wil slapen. Maar bouwvakkers, daar had ik niet op gerekend nee. Ook weer zoiets dus, net als die verhuisdozen. Ik had dit echt al zelfs vier maanden geleden kunnen regelen, want dat is zolang ik al huur betaal voor dit prachtpand. Nu heb ik uit luiheid als (hopelijk tijdelijke) oplossing bedacht: kranten plakken. Als gevolg ziet mijn kamer er nu van buitenaf uit als een eersteklas kraakpand. In ieder geval voorlopig geen vriendelijke aliens of giechelende bouwvakkers meer die me lastig vallen.

Dit is ook eigenlijk wel wat ik van het studentenleven verwachtte en het bevalt me stiekem best wel goed. Gewoon lekker doen wat ik wil, niemand die zegt dat ik mijn bordje af moet wassen of mijn kamer op moet ruimen. En het beste is misschien zelfs nog dat ik zelf mag kiezen wat ik eet! Heb laatst het Jamie Oliver budget kookboek gekregen van mijn mama, ideaal voor iemand zoals ik die wél van eten houdt, maar totaal niet met geld om kan gaan! Enchiladas heb ik gemaakt. It was delicious en zooooo goedkoop! Wow! Ik klink als een advertentie! Maar fo’ real tho’, ik voelde me even een Penelope Cruz met een enchilada in m’n mik, olé!

Tot dusver het leven van eckte student. School begint pas morgen, maar dat terzijde. Heb ook een toffe vakantie gehad trouwens. Joe!

XOXO, Leekie

Ugandese cultuur

image
Nu ik hier een maandje zit, leer ik de cultuur beetje bij beetje steeds beter kennen. Vooral omdat je vrijwilligerswerk doet en daardoor veel in contact komt met lokale mensen leer je de cultuur echt goed kennen.

Wij wonen ook midden in de ‘community’. Onze buren zijn bijna allemaal vrouwen. Twee van de vrouwelijke buren hebben een kind. En de man? Die is nooit te bekennen. De mensen die om ons heen wonen zijn arm, ze wonen in een huisje met één bed. Ons prullenbakje met plastic flessen, gebruikte papieren en etenswaren wordt dagelijks geplunderd.

De plastic flessen worden vaak hergebruikt om bijvoorbeeld olie in te bewaren. De papieren en soms zelfs koekverpakkingen worden gebruikt om de billen mee af te vegen… Vaak vinden wij de inhoud van onze prullenbak dus ook terug in de latrines.

Als wij eten of kleren of iets anders overhouden geven wij dit vaak aan onze buurvrouwtjes. En je moest eens weten hoe blij ze zijn met een lap stof!
Heel af en toe komt de man van een van deze vrouwen toch even langs. In Uganda mag een man meerdere vrouwen hebben. Vrouwen staan hier onder de man en elke vrouw moet respect hebben voor mannen, andersom niet natuurlijk… Als een vrouw een (oudere) man bezoekt of tegenkomt moet zij voor hem buigen. Soms moeten meisjes ook voor oudere vrouwen buigen. Als man hoef je voor niemand te buigen. Ik was ook laatst op een schooltje waar een klein meisje voor mij boog. Ik vond het zo verschrikkelijk om te zien en ik wist ook niet hoe ik ermee om moest gaan.

Toen wij aan onze lokale vrijwilligers vroegen waarom mannen meerdere vrouwen mogen hebben was het antwoord dat er meer vrouwen dan mannen op aarde waren en dat de vrouwen over de mannen verdeeld moesten worden. Er werd mij ook een verhaal verteld van een oude gewoonte. Wanneer je als vrouw in het openbaar fluit, dat ze dan je ‘private parts’ weg mogen halen… Vroeger geloofden vrouwen hier zelfs dat ze een snavel konden krijgen als ze in het openbaar floten!
Nog iets anders wat ik wel bijzonder vind hier, is dat je bij je geboorte een zogenaamde clan toegewezen krijgt.

Je kunt bijvoorbeeld bij de leeuwen-clan, harten-clan of een of andere planten-clan (en nog veel meer) horen. Je mag niet je eigen clan eten! Ik behoor bijvoorbeeld tot de ‘mamba-clan’, een soort vis en die mag ik dus niet eten. Als je iemand tegenkomt van dezelfde clan, dan is dat jouw broer/zus/vader/moeder etc.

Je mag nóóit met iemand van dezelfde clan trouwen! Toen onze projectleider, Moses, vroeg of wij ook clans in Nederland hadden, was hij helemaal verbaasd dat het niet zo was. ‘Maar dan plegen jullie toch incest?!’. Het gevolg van het plegen van incest is volgens Moses dat het bijvoorbeeld winter wordt in Nederland. Daarnaast kun je natuurrampen veroorzaken en krijg je half zwarte, half witte kinderen. Toch best bijzonder dan dat ik geen duopenotti kinderen ken in Nederland en nog nooit een tsunami heb meegemaakt.
Soms vind ik de cultuur moeilijk te bevatten, maar ik snáp het wel.

Het land loopt nog heel erg achter en is niet zo modern en geëmancipeerd als het Westen. Wat ik écht lastig vind, is dat ze ónze visie gewoon totaal niet snappen. Wanneer je hen probeert uit te leggen hoe sommige dingen in Nederland gaan, verklaren ze je voor gek.

Stel je voor dat er opeens iemand naar jou toe komt om jou te vertellen dat je kunt vliegen. Dan verklaar je ze ook voor gek, omdat jij dat nog nooit zo hebt meegemaakt en zo ben je ook niet opgevoed. Maar dit is juist waarom ik zo graag naar een Afrikaans land wilde. Toch geweldig om te zien hoe mensen aan de andere kant van de wereld over sommige dingen denken?

Nee, natuurlijk ben ik het er niet mee eens. Maar dat zet me ook aan het denken. Hoe ontzettend gelukkig mag ik (als vrouw) zijn dat ik in Nederland ben geboren! En hoe blij mag ik zijn dat ik gewoon overal mag fluiten waar ik wil! Lang leve Holland!

Kusjes, Namiya (mijn Ugandese naam)

Het échte vrijwilligerswerk

Hoi! Ik heb natuurlijk al veel te lang niet geschreven! Maar daar kan ik eigenlijk niets aan doen… Ik was vorige week niet zo lekker geworden en heb toen op aandringen van Fleur en Eva toch maar een malariatestje gedaan. En ja hoor: ‘You have malaria, but not so much’. Gelukkig maar dat ik in ieder geval wist wat ik had! Dat weekend zouden we naar Lake Bunyoni gaan en heb ik mijn malariakuur meegenomen en daar afgemaakt. De eerste dagen daar voelde ik me slapjes maar de laatste dag van de kuur weer helemaal prima! Yes, ik ben van de malaria af dacht ik! Maar helaas… De dag erna was ik weer ziek :( .

dovenschooltjeIk wilde me niet aanstellen, want ik was immers net van de malaria af. Toen ben ik weer op aandringen van de anderen langs de dokter gegaan, gelukkig samen met onze top regiocoördinator Ruben. Daar kwamen we aan in een oranje halletje en werd ik bijna direct geholpen. De dokter vroeg aan mij of ik ooit maagzweren en buiktyfus had gehad… Ook of ik hiv positief was. Ehh nee meneer, dat heb ik allemaal nog nooit gehad. Toen ik mijn klachten vertelde zei hij telkens: ‘Oh I’m sorry.’ Waarop ik dan zei: ‘Ehhh it’s not your fault…’.

Uiteindelijk heb ik nog bloed laten prikken. Na eventjes wachten kwam de uitslag: Geen malaria (en waarschijnlijk nooit gehad), maar wel een vervelend bacterietje. De Brucellose bacterie. In Nederland zijn er daar maar 4 gevallen per jaar van, maar hier in Uganda toch wel wat vaker. De bacterie zit vooral in vee en vee in Nederland wordt goed gevaccineerd, maar hier helaas niet. Vervolgens heb ik zo’n gevaccineerde koe of varken op mijn bordje gekregen, die helaas niet goed doorbakken is geweest. Nu een maand lang aan de antibiotica olé! (En voorlopig geen vlees meer).

Ik heb dus de afgelopen dagen  niet heeel veel gedaan, omdat ik alleen maar een beetje op bed lag. Maar gelukkig afgelopen vrijdag hebben we nog wel iets heel bijzonders gedaan! Wij mochten lesgeven op een dovenschool. Ik vond het sowieso al heel bijzonder dat ze hier een dovenschool hebben, aangezien er al heel veel kinderen niet eens naar school kunnen, laat staan de dove kindjes. Toen we bij de school aankwamen, zagen we dat de school er echt heel goed uitzag (voor Ugandese begrippen). Prachtige schilderingen op de muren en ook de materialen die ze bezaten waren niet mis! Wat we ook heel opvallend (en vooral grappig) vonden, waren bepaalde teksten op de muren: ‘Virginity is healthy’ en ‘Manage your wet dreaming’.

Dat soort teksten zie je wel vaker staan, maar deze maakte ons wel een beetje aan het giechelen. Vervolgens zagen we een paar kinderen staan en wilden automatisch zeggen: ‘Hello! Oli otya?’. Maar dan besef je je dat ze je helemaal niet kunnen verstaan. Dan maar heel wild zwaaien. Er kwam een jongetje naar ons toe en begon aan onze armen te trekken en een soort kreungeluiden te maken. We wisten allemaal niet zo goed wat we daarmee aanmoesten. Later vertelde een leraar dat hij natuurlijk doof was, maar dat hij wel doorhad dat als ie geluid maakte dat hij zo de aandacht kreeg.

Na een rondleiding zouden we ook nog lesgeven. We waren al om 9:30u bij het schooltje, maar we zijn in Uganda… Dus mochten we pas om 12:00 beginnen met het lesje. We hadden een les bedacht over de Schijf van Vijf, gezond eten. Eerst wilden we het over hygiëne hebben, maar dat hadden waarschijnlijk de 50 vrijwilligers voor ons ook al gedaan. Ik vond het super spannend, want hoe geef je in godsnaam les aan dove kinderen? Natuurlijk was er wel een tolk bij, maar hoe maak jíj zo’n les dan leuk?

Gelukkig hadden Lisa, Fleur, Eva en ik wel iets leuks bedacht. Het zijn natuurlijk dove kinderen, ze horen niks. Dus waar speel je dan op in? Het zicht! Eerst vertelden we over ondervoeding en gezond eten en aan het einde deden we een quizje. Ze moesten nu zelf de voedingswaren in de schijf van vijf invullen. Dit deden we door de voedingswaren aan ze te laten zien (we hadden een ei gekocht, een zak rijst, water, fruit, groente, zout, etc.).

Degene die de meeste goed had won een prijsje! De meesten deden goed mee en uiteindelijk hadden we een winnaar. Omdat ik bang was dat ze het na deze les allemaal weer zouden vergeten, heb ik voor iedereen een blaadje gemaakt met de schijf van vijf erin en de regels die je moet onthouden bij gezond eten. Nu maar hopen dat ze er geen vliegtuigje van vouwen, maar er echt iets van opsteken!
De eerste maand is alweer voorbij. De vrijwilligers van deze maand zijn eergisteren vertrokken en morgen komen de nieuwe aan. Helaas hebben we afscheid van Fleur genomen en ook een beetje van Eva. Nu zit ik met Lisa in Masaka backpackers en hebben we gisteren heerlijk luxe aan het zwembad gezeten. Na ziek zijn en goed werk op het dovenschooltje verdien ik zoiets wel! Hopelijk kan ik volgende week weer hard aan het werk zodat ik weer een excuus voor het zwembad heb ;) .

Groetjes! XXX

Een dagje Uganda

Hoi lieve mensen,
ik heb al veeel te lang geen blogberichtje geschreven, want ik heb het zo druk! Ik wil liever al mijn stories met jullie delen, maar heb er nauwelijks tijd voor joh! Ik wil hierbij een beeld van een gemiddelde dag in Uganda bij het project Chedra proberen te schetsen.

7:30u De wekker gaat. Meestal draai ik me dan eerst nog even zeven keer om, voordat ik er daadwerkelijk uitkom. Dan hoop ik voor mijn huisgenootjes dat ik met het goeie been uit bed stap, want anders mag ik ze verblijden met een heerlijk ochtendhumeur :D . Daarna dek ik soms de tafel voor het ontbijt, ‘douche’ ik mij of was ik mijn ondergoed (we hebben een wasvrouwtje, maar je ondergoed door haar laten wassen, dat kan natuurlijk niet he!!!!).

8:16u We gaan ontbijten. We hebben helaas geen koelkast en is hartig beleg op brood dus niet mogelijk. Daarnaast is het brood ook nog eens VIES. Dus mijn heerlijke otbijtje begint met een droge boterham met jam, pindakaas of nutella. En ik kan je vertellen dat dat op een gegeven moment echt je strot uitkomt :D !

8:45u We doen snel de afwas en moeten gauw aanstalten maken om richting het project te gaan. Maar op zich hoeven we ook weer niet al te snel te zijn, want de Afrikanen zijn ook altijd te laat. Het is ongeveer 10 minuten lopen en onderweg komen we standaard een paar koeien tegen en een paar van onze kleine fans (kleine kindertjes die ‘Bye Mzungu!’ roepen en je hand vast willen houden).

9:10u Om 9′o clock sharp horen we eigenlijk aanwezig te zijn bij ‘The office’, maar voor Afrikaanse begrippen zijn we keurig op tijd. Dan begint….. The devotion! Iedere dag om 9u ‘s ochtends moeten we bidden. We lezen dan een stukje uit de Bijbel en gaan daar dan over discussiëren. Soms moet een van ons ook een gebedje doen. Aan het begin was dit nog allemaal een beetje ongemakkelijk, omdat we allemaal niet gelovig zijn. Toen zaten we te giechelen als een van ons moest bidden voor de rest. Ik maakte aan het begin ook de fout door te zeggen dat ik niet in God geloofde… Gelukkig corrigeerde Eva me gauw dat ik maar beter kon zeggen dat dat wel zo was, want anders zijn ze een uur bezig je te overtuigen om in God te geloven. Gelukkig ben ik helemaal bijgedraaid, want vandaag heb ik aan de rest toegegeven dat ik ook God’s kind ben.

10:00-16:00u In deze uren zijn we bezig met de projecten. Het verschilt per dag een beetje wat er te doen is en hoe laat we klaar zijn. Als het regent wordt sowieso alles stilgezet. De laatste tijd zijn we bezig geweest met een bruder/broeder(?) voor kuikentjes. Om hier even op in te haken met een voorbeeld van een typische Afrikaanse gewoonte: Eerst doen dán pas denken. We waren namelijk al twee volle dagen bezig om deze bruder te maken. Toen we al best ver waren kwamen ze erachter dat dat toch niet zo’n goeie plek was omdat er ‘beestjes’ zaten. Toen hebben we alles moeten afbreken en totaal overnieuw moeten beginnen… Dat hadden ze dus best eerder mogen bedenken! Een andere keer hebben we een jjajja (een oude vrouw/oma) geholpen om een nieuw washokje te bouwen. We hebben het oude verrotte washokje afgebouwd en met takken (van een zelf-omgehakte boom!) en bananenbladeren een nieuwe gebouwd. Zoals je al hoort, is het alsnog super primitief wat je voor zo’n vrouwtje maakt. Je bevindt je daar ook in een soort bush-bush. Dus het was ook wel heel grappig toen die vrouw plotseling met een hypermoderne röntgenfoto van haar borstkas kwam aanzetten. Ze wilden namelijk van de mzungu’s weten wat er met haar mankeerde (alsof de blanken álles weten hihi).
Daarnaast willen wij binnenkort een lesje gaan geven over HIV/aids. Wij zijn al een paar keer op het schooltje geweest om  bijvoorbeeld onkruid te wieden (ja, dat is dus blijkbaar ook vrijwilligerswerk). Toen trok het onze aandacht dat er een onduidelijke boodschap op de latrines van de kinderen geschreven was. Er stond met uitgevaagd stoepkrijt geschreven: ‘Please wash your hands after using the latrine’. Dit is natuurlijk een belangrijke boodschap! Die kinderen moeten goed weten dat het erg hygiënisch is om je handen na ieder toiletbezoek te wassen. Alleen staat de boodschap er zo onduidelijk… Daarnaast hébben ze er niet eens de gelegenheid om hun handen te wassen. Nu hebben wij bedacht, dat we met het ingezamelde geld van Eva en Fleur, die latrine heel leuk en kleurig te gaan verven en dat we de boodschap er dan heel duidelijk op gaan zetten. Dan willen we daarnaast een tippy-tap maken. Dat is een soort handen-was-systeem. Super leuk om te doen en goed voor de kindertjes!

17:00u Rond deze tijd gaan we meestal met de boda boda naar Masaka town om grocery shopping te doen. Dit moet bijna iedere dag omdat we ten eerste geen koelkast hebben om voor langere termijn dingen te kopen. En ten tweede hebben we iedere dag zo’n 10 liter drinkwater nodig. Dit is soms wel zwaar omdat je je al de hele dag fysiek hebt lopen inspannen. Vooral vervelend als je dan al zo moe bent en op de groentemarkt moet gaan afdingen voor 20 cent omdat je toch echt weet dat ze je anders afzetten.

18:30u We koken of we eten bij een van de twee Westerse restaurantjes ‘Plot 99′ of ‘Frikadellen’. Hier gaan we vaak heen als we te lui zijn om te koken of als we simpelweg trek hebben in een cheeseburger met patat.

20:00u Vóór acht uur ‘s avonds moeten we echt weer terug zijn bij ons huisje. Om 20u is het namelijk al donker! En als mzungu is het heel gevaarlijk als je in het donker nog over straat gaat. Soms is het wel lastig dat het zo vroeg al donker is, aangezien we nog steeds geen elektriciteit hebben. Daarnaast is de latrine in het donker ook doodeng (kakkerlakken)!!! Meestal zetten we dan met z’n vieren ons hoofdlampje op en gaan gezellig kaarten met een kopje thee.

21:00-22:00u Nu is het zo ongeveer al bedtijd. Dat klinkt vroeg, maar hier zijn dat normale bedtijden. Soms bel ik nog even met mijn lieve papa, mama en zusje en dan kan ik gerust slapen. Meestal slaap ik dan nog niet helemaal meteen, want dan lopen er nog twee baby’s te krijsen of een paar vrouwen staan om 12u ‘s nachts tegen elkaar te schreeuwen. Thank god, dat ik oordopjes mee heb!

Dan gaat de volgende dag de wekker weer en begint het hele riedeltje opnieuw! Nee dat is niet helemaal waar, want iedere dag is anders. En dat is wat het voor mij heel leuk maakt, je weet nooit wat je kunt verwachten. Soms zijn het vervelende dingen, zoals iemand die naast de latrine heeft gekakt, maar soms ook hele leuke dingen. Vandaag was er bijvoorbeeld een jongetje die totaal onder de indruk was van ons fototoestel en daar kan ik dan echt blij van worden. Het zijn juist die kleine dingetjes die je dag leuk of bijzonder maken.

Voor de mensen die dit hele lange bericht hebben gelezen: bravo! Laat een berichtje achter als je tot hier bent gekomen hihi. Dat vind ik leuk om te weten!

KUSJES!