Fietsen in Amsterdam

Voor de mensen die in Amsterdam wonen is het dagelijkse kost. Voor degenen die het nooit eerder hebben meegemaakt, wil ik jullie bij deze kennis laten maken met het volgende angstaanjagende fenomeen: Het fietsverkeer in Amsterdam. Kennen jullie die famous quote van Forrest Gump nog? ‘Fietsen in Amsterdam is like a box of chocolates, you never know what you’re gonna get’. Die Forrest weet waar hij het over heeft, want fietsen in Amsterdam is elke dag weer een nieuw avontuur. Voor je op de fiets stapt, weet je niet wat er de komende paar minuten op je af gaat komen. Godmiljaar, wat ben ik elke keer weer zenuwachtig voor ik mijn tweewieler bestijg. Het openbaar vervoer is natuurlijk ook een optie, maar aangezien ik mensenschuw ben, is de fiets mijn beste optie.

Je kunt jezelf eigenlijk geen echte Nederlander noemen als je niet kan fietsen. Onze ouders leren ons op vroege leeftijd al om het ding te berijden. Ik weet nog goed de eerste keer dat ik leerde fietsen en met volle vaart de struiken van de buren in ben geracet. Toen ik het vervolgens een beetje onder de knie dacht te hebben, reed ik vervolgens in het verkeer bijna twee keer dezelfde politieagente aan. Gelukkig kon de agente niet lang boos blijven op de achtjarige ikke en kwam ik er met 120 uur taakstraf goed vanaf.

Ik heb in de tussentijd geen agentes en struiken meer aangereden (even exclusief mijn dronken fietsescapades gerekend) en heb ik heel veel op mijn fietsie geoefend. Bijna elke dag fietste ik heen en weer van huis naar school en ben ik wekelijks heel Zaandam doorgereden om alle party’s af te gaan. Ik kan ’t dus wel dacht ik altijd en ik beschouwde mijzelf een volwaardig fietser. In Amsterdam viel deze titel in duigen.

Je moet over lijken gaan om te overleven en toch binnen de gewenste tijd op de plek van bestemming aan te komen op de fiets in Amsterdam. Het gevolg hiervan is, is dat ik mijn rijskills drastisch heb moeten aanpassen en dat ik tot een paar conclusies ben gekomen. Naast bijvoorbeeld de tramrails waar je omheen moet slalommen, is er één groter obstakel waar je onmogelijk omheen kan: de toerist. Je moet begrijpen dat ik een tolerant persoon ben, ik accepteer iedereen en zelfs het meest onaardige persoon kan ik moeilijk haten. Maar toeristen halen het bloed onder mijn nagels vandaan. Van toeristen word ik een brutale egoïstische duivel op twee wielen.

 

Nina op de fiets in Amsterdam

Nina op de fiets in Amsterdam

Wanneer de toeristen de grenzen van Amsterdam over zijn gestoken, lijkt het wel of ze daarbij al hun eigen grenzen hebben laten varen en plotseling schijt hebben aan alle verkeersregels. Fietspad? Wat is dat? Eerst om me heen kijken voor ik de weg oversteek? Never heard of. Een zebrapad lijken ze dan wel weer al te goed te kennen en ze claimen dit dan vervolgens ook als heilig erfgoed. Op elk zebrapad staat minstens één toerist die net besluit daar zijn kaart te lezen of zijn jointje te draaien. Je begrijpt dus wel dat je als fietser de waarde van een zebrapad niet meer serieus kan nemen. Lekker keihard doorracen dus.

De gemiddelde toerist in Amsterdam

De gemiddelde toerist in Amsterdam

Als ik terugkijk op de tijden dat ik nog rustig op m’n fietsje door Zaandam rolde, krijg ik het schaamrood op mijn kaken bij het idee dat ik dacht dat ik wel kon fietsen. Maar hell no. Ik heb zo veel nieuwe soorten gradaties omtrent het ‘fietsverkeer’ in dit landje geleerd, dat ik mezelf nu pas een geavanceerd fietser mag noemen. Ik ben zo goed geworden in fietsen en multitasken tegelijk. Zo kan ik recht blijven rijden terwijl ik zachtjes toeristen met mijn handen voor me uitduw, omdat ik nog steeds geen fietsbel heb aangeschaft. Daarnaast kan ik met gemak een spookrijdende zwerver-hippie die al fietsend een joint draait ontwijken terwijl ik een toerist naast me in zijn oor fluister dat hij zijn vakantie godverdomme niet op mijn fietspad moet vieren.

Natuurlijk blijft zo’n talent voor veel anderen in het verkeer niet onopgemerkt. Vaak krijg ik de ergste scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd, omdat ze zo jaloers zijn op mijn rijskills. Oh well, ik ben in ieder geval heelhuids binnen de tijd op mijn bestemming aangekomen. Bitch, I’m flawless.

ONGESTELD

Ongesteld zijn, het is maar een vreemde gewaarwording. Er komt bloed uit je kut en dat is kut. Als het alleen om het bloeden ging, had ik er niet over lopen zeiken. Bloed is eigenlijk altijd best wel stoer geweest en draagt bij aan je street credibility. Het gaat er hier vooral om wat er met dat bloeden gepaard gaat. Buikpijn (hels), vreetbuien (chocola), puisten en de hierop volgende huilbuien. Je huilt om eigenlijk alles wat tegenzit wanneer je ongesteld bent. Wanneer ikzelf de rode duivel op bezoek heb, moet ik al huilen om de kleinste dingen. Ik heb bijvoorbeeld wel eens (echt waar) gehuild om die ene WNF-reclame, waarin alle visjes in een groot net worden gevangen en ze vervolgens worden bevrijd door de zeester. Zie hier:

Tranen met tuiten. Waarom ik juist op dat moment er zo om moet huilen weet niemand. Misschien komt het door het mooie liedje. Misschien komt het omdat ik zoveel van vissen hou. Only my baarmoeder may know. Het enige voordeel aan ongesteld worden, is dat je weet dat je geen baby in je nu nog strakke buik draagt. Maar na die ene dag bloeden, is die boodschap ook wel duidelijk.

tumblr_nb6u58yzHe1tkxoefo1_500

Het praten over ongesteld zijn is ook niet altijd erg stoer geweest. Wanneer je je hoofd stoot tegen de punt van de kast en er vervolgens een straal bloed uit het gat van je hoofd sijpelt, is dat stoer. Als je in een gevecht raakt met je kat genaamd Tijger, en vervolgens een enorme haal van zijn klauw in je gezicht krijgt, waardoor er enkele stralen bloed uit je gezicht spuiten, is dat stoer. Wanneer er bloed uit je kut sijpelt of spuit… Ew, niet zo stoer.

Als klein meisje word je je daar al bewust van gemaakt. Er worden je nette woorden aangeleerd om hierover te spreken, zonder je street cred kwijt te raken. Ik weet nog heel goed, toen ik elf jaar was en in het ziekenhuis lag en ik onderzocht werd door een dokter. Terwijl hij druk met zijn stethoscoop naar mijn buik aan het luisteren was, vroeg hij aan mij: ‘Ovuleer je al?’. Wat? Ovuleren? Dat is toch wat een Pokémon doet als hij naar een ander dier veranderd? Met grote ogen keek ik de man aan. Geïrriteerd vroeg hij: ‘Menstrueer je al?’. Daar had ik al helemaal nooit van gehoord. Vervolgens was mijn moeder de geïrriteerde persoon in de kamer, die heel goed begreep dat een meisje van elf jaar niet weet wat deze woorden betekenen. ‘Nee, ze is nog niet ONGESTELD’ zei ze tegen de dokter. Oh, ‘ongesteld’ was dus blijkbaar een woord dat je liever niet gebruikt.

Met mijn vriendinnetjes op de middelbare school zetten we deze gewoonte voort. Op mijn dertiende ovuleerde ik voor de allereerste keer (ongesteld dus). Even leuk om erbij te vermelden, dat mijn beste vriendin op exact dezelfde dag ook voor de allereerste keer ongesteld werd.

on plaatje

Supercool verhaal natuurlijk, maar niet echt een verhaal dat je vertelt aan je crush op wie je al het hele jaar verliefd bent. ‘Mijn vriendin en ik begonnen op dezelfde dag voor het eerst te vloeien…’, waarop je crush reageert: ‘Bedoel je vloeitjes? Van een sigaret? Cool!’ ‘Nee ik bedoel dat we samen voor het eerst ongesteld werden’ *crush valt flauw*. Hij zal hierna voortaan met een straal van minstens vijf meter om je heen lopen. We verzonnen dus ook codenamen voor het ongesteld zijn, zodat de leuke jongens in ieder geval nog naast je durfden te staan. ‘Oma is op bezoek’ was er eentje van. We kenden de uitspraak  ‘opoe is op bezoek’, maar dat vonden we obviously nergens op slaan, aangezien opoe naar een man lijkt te refereren. En een man heeft een piemel, en weet ob-vi-ous-ly niet ‘waar ongesteld zijn’ over gaat. Tampons noemden we tampony’s (Ken je dat raadsel? Het is rood en staat in de wei…) en maandverband had geloof ik ook een minder ranzige codenaam.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat ik het stom vind dat het toch nog steeds als een soort taboe aanvoelt om over ongesteldheid te praten. En dan vooral tegenover jongens. Want hoeveel ze ook hun best doen om het te begrijpen, vinden ze het eigenlijk allemaal maar een vreemde, onbegrijpelijke bedoeling. Eigenlijk schept het ook wel een soort band tussen vrouwen om hierover alleen met elkaar te kunnen praten. Wanneer je ’s ochtends bij het koffiezetapparaat staat op je werk kun je lekker tegen elkaar zeiken over je ongesteldheid. ‘Oh Joke, ik was vanochtend toch weer zo aan het bloeden!’, ‘Oh meid, vertel mij wat! Ik heb er deze ochtend wel minstens drie tampons doorheen gejast!’ ‘Nee dat méén je niet! Wat hebben we het toch zwaar hè als vrouwen, laten we ons in de pauze ongegeneerd volstoppen met m&m’s!’. Toch zou ik het liefst zien dat je er met mannen ook gewoon over kunt praten, zodat ik weer extra mensen in mijn omgeving heb waar ik tegen kan zeuren over mijn poenie als ik m’n oma op bezoek heb.

Het dagboek van een student: KOOK- & EETTIPS VOOR (en van) EEN LEEK!

Afgelopen maand was kápot zwaar. Ten eerste zorgt op jezelf wonen al voor de hoognodige stress (zie vorige blogbericht). En om het nog erger te maken, is school twee weken geleden weer begonnen. Ik heb in een week totaal wel ZES contacturen, belachelijk! Dat betekent dat ik naast al dat slapen, series kijken en uit m’n neus vreten ook nog eens twee maal per week voor drie uur naar school moet!

Alsof dat nog niet genoeg is, moet ik nu plotseling ook zelf de was doen, stofzuigen en misschien nog wel het lastigste: zelf koken. Oh god, wat heb ik veel fouten op gebied van voedsel en versnaperingen gemaakt de afgelopen weken. Ik heb echt onder erbarmelijke omstandigheden geleefd. Ik heb ingrediënten met elkaar verward,  muesli met banaan als avondeten gehad, water laten aanbranden, zelfs beschimmeld brood gegeten (lekker kotsen) en nog veel meer afgrijselijks. Was er toentertijd maar iemand  die een blogberichtje had geschreven met tips voor een student over wat wel/niet te doen met eten…

Om het goed te maken met mezelf van een maand geleden heb ik een lijst van tips opgesteld (allemaal uit eigen ervaring!), zodat dit soort gekkigheden zich NOOIT meer zullen voordoen. Natuurlijk publiceer ik dit ook voor alle andere lieve, luie, op-zich-zelf-wonende studentjes die ook maandelijks moeten teren op studiefinanciering. Hierbij presenteer ik u, de grote, grandioze:

KOOK- & EETTIPS VOOR (en van) EEN LEEK!

(1). Als er in je recept crème fraiche staat, gebruik dan ook echt crème fraiche en niet iets wat daarop lijkt. Zoals yoghurt. Je wilt namelijk niet dat je spaghetti naar yoghurt smaakt. Geloof mij. Dat wil je niet.

(2). Heb je trek? Maar wil je niet dik worden door al die marsen, zakken chips en rijsttafels die je naar binnen werkt als je weer eens zin hebt in iets te eten? Drink dan eerst een groot glas water leeg. Heb je hierna nog steeds trek? Eet sla! Heb het zelf (best wel redelijk vaak) uitgeprobeerd en het werkt! (Deze tip noem ik: slankie).

(3). Koop op z’n minst één grote (sla)kom. Je sla eten uit een steelpan is ook niet alles. En je wilt natuurlijk geen flater slaan bij je vrienden wanneer je de popcorn uit je kussensloop moet eten.

(4). Probeer gewoon altijd eerst euroshopper of het goedkoopste merk dat je kunt vinden in de supermarkt. Ik heb wel eens gehoord dat als ze iets van het A-merk over hebben, ze hetzelfde product soms gewoon in een andere verpakking gieten en dat als goedkoper merk verkopen! Geloof je nou echt dat ze voor AH Excellent, Euroshopper of het A-merk mozerella drie verschillende mozerella-fabrieken hebben? Dacht ’t niet. Daarnaast onnodig om 0,50 cent meer te betalen voor iets waartussen je waarschijnlijk het verschil niet eens proeft (tenzij je Gordon Ramsay bent). En ik bedoel, je kunt voor 0,50 cent ook zoveel leuke dingen doen! Pingpongballen kopen bij de Action bijvoorbeeld. Fucking leuk.

(5). Zet geen, ik zeg, GEEN, snoepjes in je kamer. You will eat them, and you will die.

(6). Zolang je geen date of je schoonmoeder op bezoek hebt waarvoor je hebt gekookt, eet dan gewoon uit de pan. Hoef je weer een bord minder af te wassen. En een mes gebruiken om het eten op je vork te schuiven is al helemaal niet nodig. Voor de echte die-hards: werk je eten naar binnen met de spatel waarmee je hebt gekookt. Voor die-die-hards: roer en eet je voedsel met je handen! Nooit meer afwassen, feest! (Ik heb het level ‘die-hard student’ al behaald, zoals je op de foto kan zien).

FOTO blog eten koken

(7). Wanneer je vrienden op bezoek komen, koop dan geen croissantjes voor ze. Het zal een week lang croissantvlokken sneeuwen in je kamer.

(8). Ik heb zo een schattig ‘maak-zelf-ijsjes-ding’ gekocht. Super cheap en leuk, want je kan gewoon zelf verzinnen wat je in je ijsvormpje gooit! Voor de gezonde versie doe je er gewoon vruchtensap met yoghurt in. Oh, en wel even opletten dat je dit recept goed volgt en geen crème freche gebruikt i.p.v. yoghurt, ha-ha. De echte die-hard student maakt natuurlijk malibu-ijsjes, of vodka-jus d’orange ijsjes of… Zou rode wijn ijs lekker zijn?

(9). Als je zelf yoghurt wilt maken, zet dan een glas melk minstens drie dagen in je warme kamer. Werkt gegarandeerd!

(10). Je bent een student. Je werkt al hard genoeg voor school. Je fietst al vaak genoeg heen en weer richting de supermarkt/bibliotheek/de Wallen/….. Je leert, leest en doet gewoon al genoeg op een dag. Dat je dan te lui bent om naar de keuken te lopen om een glas te pakken en gewoon het pak sap aan je mond zet, vindt dan ook niemand erg.

(11). Na het gasfornuis, de koelkast en je kaasschaaf is een waterkoker het fijnste keukenvoorwerp dat je kunt bezitten. Het water kookt nog sneller dan het licht! En met jouw drukke leven als student is dat natuurlijk iets wat je goed kunt gebruiken. Voor thee, noodles, cup-a-soup en… heet water.

(12). Een knoflookpers behoort ook tot erg fijn keukengerij. Natuurlijk niet hoognodig, maar zelf je knoflook snijden en vervolgens vijf dagen niet in je neus durven peuteren omdat je vingers zo erg naar knoflook meuren is nog véél erger. Voor degenen met een vriendinnetje hoop ik niet dat zij deze tip voor het eerst horen……..

(13). Wanneer je op jezelf woont, zul je er pas echt achter komen hoe snel dingen beschimmelen. Was ik een paar dagen weg, had zich een hele nieuwe samenleving met eigen cultuur gecreëerd in m’n vuilnisbak. Tenzij je nieuwe vrienden wilt maken, kun je om dit te voorkomen stickers met ‘ten minste houdbaar tot’ op je producten plakken, zodat de datum beter zichtbaar is!

Vraag van de week

‘Ik ging met al m’n goede vibes naar de supermarkt en kwam vervolgens met lasagne, twee zakken chips en een pak spareribs thuis. Hoe kan ik dit voorkomen? HELP MIJ!’, aldus Rosanne. Mijn antwoord: Ten eerste Rosanne, raak niet in paniek. Wij als studenten maken allemaal fouten en we steunen elkaar.  Mijn tip: Maak een lijstje met wat je wilt gaan kopen voordat je naar de supermarkt en hou je daaraan! En ga al helemaal niet met honger naar de supermarkt. Laat dus in het vervolg je vibes maar thuis, Rosan.

Dit was het weer voor deze keer lieve zoete dropduifjes! Voor de volgende keer is het onderwerp: ‘De etiquette voor een inwoner van Amsterdam’. Altijd al willen weten met welke snelheid je door de Negen Straatjes kan racen? Of hoeveel hoeren er nou eigenlijk in totaal op de Wallen staan? Stel je meest spannende/interessantste vraag over Amsterdam aan mij en wie weet beantwoord ik hem volgende keer! (Misschien ook wel niet, ik beloof niks. Waarschijnlijk heb ik over een week het idee om over het bruisende uitgaansleven in Oceanië te schrijven).

Dikke X van een Leek!

(Credits gaan uit naar Rosanne voor tip nummer 10, 13 en natuurlijk de vraag van de week).

Queensday in Malawi

Het is 30 april 2013, Koninginnedag. De laatste Koninginnedag voor waarschijnlijk de komende 40 jaar. Heel jammer dat ik daar niet bij kan zijn, maar ik gok dat volgend jaar Koningsdag niet veel anders zou zijn dan dit jaar Q’day, dus heel veel mis ik niet

Vandaag heb ik dus geen Koninginnedag gevierd, maar ben ik super vroeg opgestaan. Om 5:30u stond ik naast mijn bed. Stiekem moesten we al om die tijd vertrekken, maar ik wist dat de meesten toch altijd te laat komen. Ik stond zo vroeg op het programma om samen met Pachalo en Eluby ‘gras te maaien’. We vertrokken zo vroeg omdat het later op de dag te heet is om dat soort activiteiten te doen.

Vorige keer stonden we zelfs al om 5:00u in de vroege ochtend klaar om maïs te oogsten. Dit keer was het dus gras maaien. Daarnaast was het ook nog eens een heel eind lopen naar de plek van bestemming. Ongeveer een uur lang deden we erover. Eenmaal aangekomen bleek dat het niet echt om gras ging dat gemaaid moest worden, maar meer een soort riet dat van de grond afgehakt moest worden. Ik kreeg een sikkel (zo’n maanvormig instrumentding) in mijn handen geduwd en werd uitgelegd hoe ik te werk moest gaan.

Ik voelde me een grote kneus. Ten eerste omdat het best zwaar was en alle mensen om mij heen er geen moeite mee bleken te hebben. Ten tweede omdat ik daar stond te springen en te hupsen vanwege de prikkels van de zaadjes van een bepaalde plant. Die zaadjes dringen je kleren door en prikken dan lekker in je billen en benen. Sta je daar te midden van die kuise Afrikanen lekker in je broek te graaien. Gelukkig bleek later dat ik de botte sikkel had gekregen en dat zelfs de akoeda’s het dan een stuk lastiger vonden om het riet eraf te krijgen. Pfoe, zo’n slappeling ben ik dus gelukkig ook niet.

Toen werd er van een stapel riet een grote baal gemaakt en aan elkaar geknoopt. ‘Zet maar op je hoofd.’ zeiden ze tegen me. Dat doe ik dus niet. Ik leg hem op mijn schouder, wat ook best prima gaat. Misschien is het stom, maar ik voel me gewoon een oen als ik als azungu ook probeer iets op mijn hoofd te dragen. Het gaat gewoon niet. Daar moet je vanaf jongs af aan voor getraind zijn! Je ziet hier meisjes van zes al met een bos takken op hun hoofd lopen. Toen ik zes was lag ik door de Lego te rollen.

Toen ik thuis kwam, om 9 uur, ben ik op bed gestort en ben ik in slaap gevallen. Om 12:30u werd ik pas weer wakker. Oeps! Nu zit ik dit te schrijven. Zo’n denderende Koninginnedag is het voor mij dus niet. Maar vanavond is nog wel het plan om cakejes te versieren met oranje glazuur. Toch nog een beetje oranje hier in het verre Malawi!

Vorige week hadden wij een voetbaltoernooi. Vorige maand was er ook een voetbalwedstrijd en ik had toen verkondigd dat het mij wel heel leuk leek om ook mee te doen. Toen werd er naar me gesnauwd dat meisjes helemaal niet horen te voetballen. Toen ik de teams zag, bestaande uit grote gespierde negers, was ik stiekem toch blij dat ik niet mee mocht doen. Toch had ik deze keer wel echt zin om mee te doen met voetbal.

Het voetbaltoernooi werd gehouden bij YODEP, een ander project. Het was een toernooi tussen alle projecten. Er waren poultjes gemaakt en er werd vier tegen vier gespeeld. Het voetbalveld was van steen en de meesten hadden hun voetbal- of dichte schoenen meegenomen. Later bleek dat er op BLOTE voeten gespeeld moest worden. Op een betonnen grond. De reden hiervoor was dat bij de meeste projecten ook lokale members meededen. Waaronder bijvoorbeeld straatkinderen. Zij hebben helemaal geen schoenen. Dan zou het oneerlijk zijn als de anderen wel op schoenen mochten spelen. Vooruit dan maar, op blote voeten.

Na een paar wedstrijdjes gezien te hebben, kreeg ik ook wel heel veel zin om mee te doen. En dat deed ik! Na een paar wedstrijdjes kregen de azungu’s die meededen alleen nogal last van hun voeten. Ik had bijvoorbeeld ook twee grote blaren. En Hessel, die ook bij mijn project zat, had zijn heeeeele voeten opengehaald. Ik heb nog nooit van mijn leven zo’n grote blaar gezien. Arme jongen. De akoeda’s hadden echter nergens last van. Zij zijn gewend om overal rond te banjeren op blote voeten. Al met al was het een zeer geslaagd toernooi. Het was heel gezellig en het allermooiste was nog dat wij, LIYO, kampioen zijn geworden! Olé!

De dag erna hadden wij een Youth meeting in Ngauma, een lekker eindje lopen. Lisanne en ik gingen mee met een member. We moesten een topic voorbereiden om met de youth over te discussiëren. Dat moesten we van tevoren doen, alleen wisten we niet zo goed waarover. Eerst was ons idee om het over homoseksualiteit te houden. Natuurlijk heel interessant om zo’n taboe hier aan te kaarten. We hebben hier uiteindelijk toch niet voor gekozen, omdat je eigenlijk al weet dat iedereen ertegen is. Dan komt er waarschijnlijk niet echt een discussie op gang. Toen hebben we ervoor gekozen om het over de relatie tussen een man en een vrouw te houden.

We hadden een paar vragen bedacht en uiteindelijk zouden we dan overgaan op vragen als: ‘Zou je het je partner moeten vertellen als je HIV/aids hebt?’ en ‘Zou je je moeten laten testen voordat je sex hebt met je partner’.

Toen we daar aankwamen bij de school bleek dat we deze youth meeting hadden bij een ‘Aids toto’ groep (een aids preventie groep). Wij waren hierdoor een beetje in verwarring gebracht, want we hadden ook een paar vragen bedacht die niet echt relevant voor het onderwerp aids waren. Toen hebben we besloten te improviseren en ons vooral te richten op het onderwerp HIV/aids en hoe je het kunt voorkomen.

Wij stelden hen vragen in het Engels en de member vertaalde deze voor de klas. Het bleek dat ze nog heel veel kennis miste over het onderwerp sex. Toch waren ze wel heel erg geïnteresseerd en stelden ze veel vragen. De meesten wisten bijvoorbeeld niet eens wat een SOA was en hoe een condoom gebruikt moest worden. Helaas hadden Lisanne en ik er niet op gerekend dat dit zou gebeuren en hadden we geen voorbeeld van een condoom meegenomen. Toen heeft onze member een condoom op het bord getekend en het uitgelegd.

Wat wel een beetje jammer was, was dat hij niet heel erg serieus over het onderwerp praatte. Natuurlijk is het wel belangrijk om de jeugd af en toe een beetje te laten lachen om ze bij de les te houden en zeker omdat ze dit zo een spannend onderwerp vinden. Maar hij gaf ook wel een heel slecht voorbeeld. Lisanne en ik hadden duidelijk verkondigd dat als je sex hebt, je ALTIJD een condoom moet gebruiken. (De pil en andere anticonceptiemiddelen zijn niet zo bekend hier of heel duur en ze zijn ook nog te jong om al kinderen te willen krijgen). We hadden dit ook heel groot op het bord geschreven: ‘ALWAYS use a condom!’.

Toen de member vervolgens een condoom op het bord ging tekenen zei hij: ‘Ik weet niet precies hoe het eruit ziet, ik gebruik het nooit.’ Een slechter voorbeeld kun je niet geven!!! Dat was wel een klein minpuntje, maar voor de rest was het heel leuk om te doen. We hebben ze hopelijk een duidelijke boodschap mee kunnen geven. Ik ben toch bang dat de meesten zoiets hebben van: ‘Ach, mij overkomt dat toch niet.’ Toch hoop ik dat er een paar kids tussen zaten die er wél van geleerd hebben!

Later die dag zouden we eigenlijk nog een keer voorlichting moeten geven aan een groep jongeren, maaaaar dat ging plotseling niet door, want er was een begrafenis. En wij moesten erheen. We moesten. Dat hoorden we ook pas die dag zelf. Maar het schijnt dat als er iemand in jouw community overlijdt, je respect toont door naar zijn/haar begrafenis te komen. We moesten ons heel erg haasten, want we zaten nog in Ngauma en we moesten naar Mpunga. We stormden ons huisje binnen en ondertussen kwam er al een hele grote groep langs lopen, wat blijkbaar onderdeel was van de ceremonie. Ik had nog een broek aan en ik moest een chitenge, een lappa, aan op de begrafenis.

Toen ik klaar was zijn we naar de grote groep mensen gesneld. Zodra we bij de groep aankwamen, moesten we stil zijn. Als je praatte, was dat respectloos tegenover de overledene. Er was nog wel een klein groepje mensen die heel mooi tweestemmig liedjes aan het zingen waren. Toen we bij de begraafplaats aankwamen werden mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Gelukkig was ik samen met Lisanne en volgden we een groepje vrouwen. Ik keek om me heen op de begraafplaats. Sommige graven hadden netjes een grote steen op het graf liggen, maar bij anderen lag er een bultje zand met daarin een klein kruis van takken of zelfgesneden hout.

Wij zaten helemaal achteraan, naast een groot stenen graf. Het gezang ging nog even door en na een tijdje begon de ceremonie. Ik kon het niet goed horen en als ik het wel had gehoord, had ik het toch niet kunnen verstaan want alles was in Chichewa. Af en toe begon een ander groepje vrouwen met een paarse rokken en hoofdlappen tussendoor een liedje te zingen.

Ondertussen lieten ze volgens mij de kist, of in ieder geval het lichaam, het gat in laten zakken. Ik kon vervolgens niet zo goed zien wat er toen precies gebeurde, maar het leek of er allemaal mannen op het graf aan het inhakken waren. Ik denk dat ze toen het gat vol schepten met zand. Daarna gebeurde er wel iets raars. Een paar familieleden werden omstebeurt langs het graf geleid.

De eerste was een vrouw. Zodra ze langs het graf liep, begon ze extreem te jammeren. Daarvoor had ik haar nog helemaal niet gehoord. De volgende was een oudere vrouw. Ook zij begon bijna te schreeuwen toen ze erlangs liep. De hele begrafenis lang had ik niemand horen huilen, maar opeens op dat moment begonnen ze te huilen voor hun leven. Ja logisch, natuurlijk huil je op een begrafenis van een geliefde of familielid, maar het leek bijna of ze een toneelstukje aan het opvoeren waren voor de rest. De man die langs het graf liep, liet geen traan. Mannen horen niet te huilen.

Daarna hebben we nog even gezeten en toen was de ceremonie klaar. Toen dat werd verkondigd, wisten de meeste mensen niet hoe snel ze weg moesten komen van de begraafplaats. Ze waren bijna aan het rennen. Dat vond ík nou nogal respectloos overkomen. Bijzonder cultuurtje toch weer.

Als laatste ben ik afgelopen weekend naar Cape Maclear geweest. Een prachtige ‘kust’ van het grote meer Lake Malawi. We gingen met een hele grote groep erheen, met achttien man (plus chauffeur en bijrijder). In een busje waar maar zestien personen in horen te passen… Maar we zijn in Afrika, dus het paste. Er valt eigenlijk vrij weinig over te vertellen, behalve dat het er prachtig was en dat ik heerlijk heb gerelaxt. Lekker in het zonnetje gelegen, cocktailtje erbij. Dat mag ook wel eens! Het was een heerlijk weekend. En een mooie afsluiter met alle lieve leuke gezellige mensen van alle projecten.

Over twee dagen ben ik jarig. Deze dag, donderdag 2 mei, is tegelijkertijd mijn laatste dag op het project. Dit zal een hele bijzondere dag worden. ’s Avonds vieren we naast mijn verjaardag ook onze goodbye-party en ga ik een heerlijk feestje bouwen om mijn geweldige avontuur in Afrika af te sluiten. Het zal een mooie maar ook emotionele dag worden.

Lieve mensen, ik zie jullie gauw!

Dikke kus Nina

Wolkenkrabbers in Afrika

 15 april 2013

Maandagmiddag, 10:10

Ik zit nu aan de eettafel. Hier eten wij ’s ochtends altijd brood met pindakaas en als je geluk hebt, heeft er iemand chocopasta meegenomen. De chocopasta is echter altijd binnen twee dagen op. Brood met pindakaas heb ik nu dus wel gezien. We krijgen in de ochtend ook altijd een kopje thee, alleen soms smaakt de thee ietwat raar, omdat het water in dezelfde pan wordt gekookt als waar we gister nog gehakt in hebben gebakken. ’s Middags krijgen we vaak warm te eten. Soms spaghetti, soms een gekookt ei, maar we eten ook ‘turn-over-bitches’ (wentelteefjes hihi). In de avond vaak rijst of zelfs hutspot en elke donderdag is het hamburgerdag. Ook hebben we een keer een traditioneel Malawiaans gerecht gegeten: nsima. Dat is een soort dikke bol gemaakt van maismeel en water. Dit alles wordt door onze huisvader en/of huismoeder gemaakt.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 7:00

Ik rol uit mijn bed. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Het is tijd voor een wasbeurt. Het is vrij koud deze ochtend, voor Afrikaanse begrippen. Ik vul een emmer met water en dwing mezelf dat donkere hokje in. Onhandig hang ik mijn handdoek en onderbroek aan het gespannen touwtje boven mijn hoofd. Ik kleed mezelf uit. Iedere keer als ik in dat hokje sta, bid ik weer dat er niemand zomaar dat hokje binnen komt stormen als ik net in m’n blote billen sta. Er zit helemaal geen slot op de deur. Zodra ik uitgekleed ben, plens ik het koude water over me heen. God, wat is dat koud. Gelukkig ben ik gauw klaar met wassen en bibber ik het hokje alweer uit. Nou dat viel toch best mee, Nina. Nu moet ik alleen nog mijn haar wassen. Gelukkig hebben we een kraantje, waar ik gewoon mijn hoofd onder houd en zo mijn haren was. Dat is zo gefixt. Ik ben weer schoon. Nu maar eens kijken hoe lang ik deze keer schoon kan blijven.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 8:15

We staan op het punt om te vertrekken. Vandaag gaan we een dagje naar Blantyre. Het was Georges’ idee om te gaan en hij had een member meegevraagd. Anne en ik gingen ook mee. We hadden besloten om deze dag alles voor deze member te betalen, omdat hij geen rooie cent te makken heeft. We gaan op zoek naar een busje om richting de grote stad te gaan. Blantyre is een stuk rijkere stad dan waar ik nu verblijf, in Zomba. Er schijnen zelfs wolkenkrabbers te zijn, heb ik van horen zeggen. Wolkenkrabbers in Afrika, interessant! Op de busstopplaats wordt geschreeuwd en geroepen, want we moeten hún bus in. ‘Azungu you go to Blantyre?’. Verdwaasd kijken we onze member aan, gelukkig weet hij een goede bus naar Blantyre voor een mooi prijsje te regelen.

 

13 april 2013

Zaterdagochtend, 10:00

De bus is eindelijk vertrokken. Het werd tijd, we hebben een uur lang gewacht tot de bus vol was. En vol betekent hier ook echt VOL. Met z’n vieren op de bank, waar eigenlijk maar drie mensen op passen. We rijden, we rijden, we rijden. De weg is verschrikkelijk. Overal zijn gaten en hobbels in de weg. Op een gegeven moment wordt de chauffeur aangehouden door de politie. De hele bus kijkt ernaar. ‘Cola police’ fluistert onze member in mijn oor. ‘What? Cola police?’ Oh nee ik snap het al, hij bedoelt ‘corrupt police’. Die Afrikanen draaien de letter R en L vaak om. Corrupt police is dus collupt police. En ik heet dan bjivoorbeeld Nina Reek. En toen we het over the elections hadden… Kreeg het gesprek wel een heel bijzondere wending.

Het verbaast mij trouwens niet eens meer dat we corrupte politieagenten tegenkomen, ik ben het al bijna gewend.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 12:00

Eindelijk aangekomen in de grote stad. Ik zie nog geen wolkenkrabbers. We hadden gehoord dat er niet zo heel veel te doen is in Blantyre. We hadden van tevoren nog geprobeerd een high-tea te regelen. Ik heb eerst vier keer naar het verkeerde nummer gebeld en toen ik eindelijk het goede nummer te pakken had, kregen we te horen dat het volgeboekt was. Helaas, peanutbutter. Dus, had ik even bedacht dat het wel leuk zou zijn om naar het Malawiaanse museum te gaan! Anne en George hadden er vrij weinig zin in, maar ik heb ze enigszins gedwongen om mee te gaan. We komen aan bij het museum en de azungu’s moeten 200 kwacha betalen en onze member, de akoeda, hoeft maar 20 kwacha te betalen. Zie je dat al gebeuren in Nederland? De blanken hoeven maar een euro te betalen en de negers mogen alleen naar binnen als ze 5 euro betalen. Misschien is dat niet een hele eerlijke vergelijking, maar goed, jullie begrijpen de ironie.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 13:00

Het museum stelde vrij weinig voor, maar ik vond het leuk om te zien. Het is nu lunchtijd. Ik verkondig een paar keer duidelijk dat ik honger heb. Achteraf schaam ik me een beetje. Ik heb nog ontbijt gehad deze ochtend. Onze member heeft waarschijnlijk helemaal niks gegeten vanochtend. Vandaag doet volgens mij iedereen wat ik zeg, eerst naar het museum en nu gaan we op zoek naar de Kentucky Fried Chicken, omdat ík daar trek in heb. We komen bij de Chicken Inn, een nep-KFC. Ik kies voor een paar stukjes kip met patat en ik laat onze member ook kiezen. Hij voelt zich ongemakkelijk om te kiezen. Hij heeft helemaal geen geld om eten te kopen en hij weet dat wij het voor hem betalen. Wij hebben daar natuurlijk geen problemen mee, maar ik kan zien dat hij het moeilijk vindt. Hij kiest voor een of ander kip-menuutje en vraagt me twijfelachtig of hij ook wat drinken mag bestellen. Maar natuurlijk!

Uiteindelijk krijgen we het eten. Ik krijg het makkelijk op, maar het bord van onze member ligt nog halfvol. Ik zie dat hij het met moeite naar binnen werkt. ‘If you are full, you can just leave it.’ zeg ik tegen hem. ‘No I will eat it, you paid for it’. Hij propt en propt en uiteindelijk is zijn bord leeg. Het bedrag wat we voor zijn eten hebben betaald, is 3 euro. Hij had hier waarschijnlijk twee hele dagen van kunnen eten. Anne zegt ook dat als je honger kent of gekend hebt, je waarschijnlijk nooit zo’n bord eten zal laten staan. Ik vind het bijna erg dat we zulk ‘duur’ eten voor hem hebben gekocht. Heeft hij er wel van genoten, wetende dat hij met dat geld hele andere dingen had kunnen doen?

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 14:00

We hebben onze buikjes rond gegeten en we zijn op zoek naar de volgende activiteit. De member neemt ons mee in de winkel ‘Game’. In deze winkel verkopen ze allerlei soorten elektronica. Van koelkasten tot flatscreen televisies. Ik weet niet zo goed waarom hij ons naar deze winkel heeft meegenomen. Ik word helemaal niet gelukkig van al deze dure dingen. Dit hoef ik toch helemaal niet te zien als ik in Afrika ben? Ik kan me ook niet voorstellen dat hij er zelf gelukkig van wordt. Al die mooie dure dingen die hij ziet staan, die hij toch never nooit van zijn leven in bezit zal hebben. Anne en ik worden naar van deze winkel en we gaan gauw de winkel uit.

Er is ook een bioscoop. Omdat ik weet dat er verder toch niet veel te doen is, stel ik de rest voor om naar de bios te gaan. De member en Georges gaan liever naar het voetbalstadion om een wedstrijd te kijken. Rond dit tijdstip draaien er eigenlijk alleen maar animatiefilms, maar dat maakt Anne en mij helemaal niets uit, wij willen naar de film! We kiezen de film ‘Brave’ uit, een film over een meisje dat prinses is en moet trouwen met een prins, maar dat helemaal niet wil. Klinkt als een standaard meisjesfilm, maar deze prinses is een toffe chick met pijl en boog. Het is een mooie zaal waar we in zitten met een groot scherm waar de film afgespeeld wordt. Maar het blijft Afrika hè. De film wordt afgespeeld in 3D, maar niemand heeft een 3D brilletje, haha! De hele film is dus een beetje wazig.

Het was lekker om weer even een filmpje te kijken, hoewel ik me toch wel weer heel erg ‘thuis’ voel in zo’n luxe bioscoop. Het was leuk voor even, maar liever niet meer. Ik ga wel weer lekker naar de film als ik terug in Nederland ben.

 

13 april 2013

Zaterdagmiddag, 16:00

Anne en ik moeten wachten op Georges en onze member die nog bij de voetbalwedstrijd aan het kijken zijn. Om onze tijd te vullen, gaan we maar weer terug naar de Chicken Inn om een ijsje te eten. Terwijl we op het terrasje in de zon een ijsje zitten te eten, komt er een jongetje in afgedankte kleren langs en graait in de prullenbak. Hij heeft iets te eten gevonden.

Anne en ik kijken ernaar en worden stil. We hebben al heel vaak straatkinderen in Zomba gezien. Geloof mij, veel. Nog nooit heb ik hen iets gegeven. Net als die corruptie is het voor mij bijna gewoon geworden dat die kinderen op de straat leven en om geld bedelen. Maar iedereen zegt me altijd dat je ze niets moet geven, omdat je dan het bedelen in stand houdt. Ik krijg het er benauwd van. In Zomba is iedereen arm en zijn er ook heus wel hele zielige bedelende kinderen. Maar dit is zo’n groot contrast. Zit je dan, je ijsje te eten, slechts om je tijd ergens mee te vullen, terwijl er naast je een kind uit de prullenbak zit te eten. Anne en ik hebben het erover en twijfelen of we het ijsje aan hem moeten geven. ‘Ja maar straks komt er nog een horde straatkinderen de hoek om die ook allemaal ijs willen.’ We twijfelen nog meer. Uiteindelijk kan het me niets meer schelen en loop ik naar het jongetje toe en geef hem mijn ijsje. Ik weet niet of het verstandig is. Dat maakt me ook eigenlijk niet zoveel meer uit. Hij heeft een lekker ijsje.

 

13 april 2013

Zaterdagavond, 20:00

We zijn weer thuis. We hebben zelf wat eieren gekocht als avondeten. De member die met ons mee is geweest, eet mee deze avond. Er zit nog een andere member bij het huis en omdat ik het zo lullig voor hem vind om hem niet mee te laten eten, vraag ik hem ook. Ik geef hem een ei en Anne en ik delen een eitje. Na het eten willen we een klein ‘feestje’ vieren. Het is de laatste avond als huisvader van Pachalo. We geven hem en de member die vandaag niet met ons mee was wat geld om frisdrank voor zichzelf te halen. Anne en ik pakken onze zakken chips erbij en het feestje kan beginnen. Het is gezellig. Op een gegeven moment slaat de sfeer om. De member die vandaag niet met ons mee was, heeft iets op facebook gezet. Het bericht is iets in de richting van: ‘Hoe kan het toch dat de rijkeren meer gezegend lijken door God?’. Dit was duidelijk gericht op ons, als azungu’s. Ik voel me er nogal lullig over. Wij hebben hem natuurlijk niet mee genomen naar Blantyre, maar wel iemand anders. Hij heeft geen maaltijd van ons gekregen in de Chicken Inn of een leuk bioscoopbezoekje. Anne en ik zijn er tegelijkertijd ook een beetje pissig over. Hoe kan hij nu zoiets denken? Ik snap het natuurlijk wel. Als je niets hebt, lijkt het natuurlijk alsof de rijke mensen altijd maar heel gelukkig zijn, want ze kunnen alles kopen wat hun hartje begeert. En hoezo verdient hij niet zo’n leuk dagje naar Blantyre?

 

15 april 2013

Maandagochtend, 11:40

Ik denk nog eens na over dit weekend. Het zou gewoon een gezellig dagje naar Blantyre moeten zijn geweest. Toch zat er uiteindelijk een vrij gespannen lading aan. Ik heb gezien hoe groot het verschil tussen mensen en steden in een land zelf al kan zijn. Natuurlijk is er een groot verschil tussen Nederland en Malawi. Maar dat het verschil tussen de stad Zomba en Blantyre, twee uurtjes rijden, ook al zo groot is, verbaasde mij wel. Ik vond het wel heel lastig om te zien. Het was al helemaal confronterend toen wij dat ijsje zaten te eten op het terras. Ik denk ook achteraf dat het geen goed idee is geweest een member mee te nemen en alles voor hem te betalen. Ten eerste omdat diegene zelf nauwelijks geld heeft en dan opeens ziet hoeveel vermogen wij eigenlijk hebben. (Wat eigenlijk niet eens per se waar is, in Nederland ben ik geen rijk persoon). Ten tweede omdat je de één uitnodigt en de ander(en) thuis laat en niets geeft. Ik heb er wel weer van geleerd. En ik heb misschien nu pas écht goed het verschil tussen rijkdom en armoede gezien.

 

Kusjes Nina

T.I.A.

De laatste maand van mijn avontuur is aangebroken. Ik heb heel erg lang naar deze reis toegeleefd en dan heb je plotseling nog maar één maandje te gaan. Waar is de tijd gebleven? Voor ik het weet zit ik al in het vliegtuig naar huis. Voor ik het weet ben ik weer gewend aan het Nederlandse dagelijkse leventje. Voor ik het weet ben ik 50 jaar. Ik vermaak me zo goed hier, het voelt alsof een dag maar 5 uur heeft hier. Alleen af en toe verlang ik stiekem ook wel naar huis. Ten eerste verlang ik ernaar mijn ouders en zusje, vrienden en lieve vriend weer te zien. En vooral verlang ik er ook weer heel erg naar om vers bruin brood met een dikke laag boter en een plak belegen KAAS te eten! En dan een cola lightje erbij. Daarnaast mis ik soms ook wel het gemak waarmee dingen in Nederland  gaan.

Vandaag bijvoorbeeld. Lisanne, Anne en ik hadden een paar ‘korte’ klusjes die we moesten zien te fixen in Zomba Town. Ten eerste moesten we naar de immigratiedienst om ons visum te verlengen. We wisten de weg niet, dus vroegen wij een politieagent om hulp. Deze en nog een andere agent waren druk bezig met een arrestatie, maar als een azungu je iets vraagt, dan gaat dat boven alles. We werden vriendelijk geëscorteerd door de twee politieagenten naar het immigratiebureau.

Tien meter verder was het bureau al. Ja daar was die escort zeker voor nodig geweest.  Voor 5000 kwacha (10 euro) konden we hier ons visum verlengen. Terwijl we heel formeel bezig zijn een formulier in te vullen, wordt ons gevraagd wat we in Zomba zoal als ‘enjoyment’ doen. Ehh … ‘We are going to Zomba Plateau and Mulanje Mountain.’ ‘And to club G!’ grapte ik. Club G is in Zomba dé uitgaansplek. Je zou het alleen amper een club kunnen noemen, maar als je een keer uit wilt gaan is het best leuk. Het wordt echter niet als een al te nette plek gezien. Er lopen vaak prostituees rond.

‘Have you ever been there?’ vraagt de nette man in pak van de immigratiedienst. ‘No.’ Loog ik. ‘If you want to go there, you can call us!’ zegt de opeens iets minder nette man. Sta je dan met een bek vol tanden. Wat zeg je dan als je opeens door zo’n hoge pief uitgenodigd wordt naar Club G? ‘Ehh yes ofcourse we will call you!’. Als we klaar zijn met het formulier invullen, snellen we ons naar buiten. Buiten moeten we nog even grinniken, maar gaan gauw verder op ons avontuur. De volgende stop is de TNM shop, waar je internet kunt kopen. De dongle die best veel geld heeft gekost, heeft het na twee weken al begeven. Dat kan natuurlijk niet hè.

Na lange tijd uitgelegd te hebben dat de dongle het écht niet doet, nee écht niet, zelfs niet op andere computers, heeft het vrouwtje geconcludeerd dat er dan maar een virus op onze laptop zit. Nee geen geld terug, niks. We moeten er zelf maar voor zorgen dat het zogenaamde virus verdwijnt. Als we buiten staan zegt Anne: ‘Volgende keer trek ik die vrouw over de toonbank.’ Dat vind ik een heel puik plan van Anne.

Lisanne en Anne moeten ook nog een paar kaarten op de post doen. Maar als we de rij in het postkantoor zien, rennen we gillend naar buiten. We gaan maar gauw op zoek naar nieuwe batterijen voor mijn camera. Ik heb dubbel A nodig, maar dan wel alkaline of zoiets, want al die anderen doen het niet. Bij de fotoshop zouden ze die wel moeten hebben, heb ik me laten vertellen. Toen ik daar aankwam, snapte mevrouw mijn ‘special request’ niet helemaal en dacht ze dat ik een fluorescerend gele fotolijst wilde kopen. We hebben uiteindelijk een uur in de hitte door Zomba geslenterd, maar ik heb ze gevonden! Ik heb ze alleen nog niet durven uittesten. Nóg een teleurstelling deze dag kan ik nog even niet aan.

We waren er met z’n drieën wel een beetje klaar mee en gingen op zoek naar een taxi. En of het nog niet erger kon, stond de taxi plotseling midden op de weg stil. Nu verbaasde me dat eerlijk gezegd niet. De gemiddelde taxi hier is een wrak. Sommige taxi’s missen een stuk dashboard en bij 9/10e van de taxi’s doet de snelheidsmeter en het benzinepeil het niet. Bij iedere hobbel die je over gaat, hoor je wat rammelen en de auto slaat zo’n vijf keer af per ritje. Laatst kwamen we de heuvel niet eens op en reden we langzaam achteruit. Zie je het voor je? We zijn de hele ochtend zoet geweest met dit avontuurtje om wat ‘korte’ klusjes te fixen. In Nederland zou je na een uurtje klaar zijn en die snelheid waarmee dat dan gaat mis ik ook wel een beetje.

Maar dan gebeuren er hier in Malawi dan ook zulke vreemde dingen, daar word je bang van. Er schijnt hier in Malawi, laten we hopen niet in Zomba, een man rond te lopen die op een hele nare manier zijn geld schijnt te verdienen. Hij heeft een paar hulpjes die midden in de nacht bij mannen in hun huis naar binnen sluipen om hun PENIS eraf te snijden. Deze penissen schijnen heel veel geld op te leveren. Ze worden namelijk verkocht aan vissers die deze piemels gebruiken als aas. Gatver de gatver. Deze man is toen een tijdje geleden op gepakt, maar omdat deze ‘dick-cutter’ al zoveel winst had gemaakt, kon hij zichzelf na een week weer uitkopen. Thank god dat ik geen man ben. Natuurlijk is dit een verhaal dat ik heb gehoord, maar laatst heb ik zoiets naars ook bijna in real-life meegemaakt:

We zaten  voor ons vrijwilligershuis een beetje uit te rusten. Toen zagen we opeens een hele grote groep mensen langslopen. Ik was heel nieuwsgierig wat dat was. Er werd mij verteld dat deze mensen een dief aan het achtervolgen waren. Een paar members van ons project waren nog nieuwsgieriger en besloten de groep te achtervolgen. Ondertussen werd ons verteld dat diefstal hier als een heel erg misdrijf wordt gezien. Waarschijnlijk zou deze man aan het eind van de wandeling helemaal in elkaar geslagen worden door deze grote groep mensen. Toen de members terugkwamen, werd dit inderdaad bevestigd.

De dief was helemaal in elkaar gemept. Hij werd zelfs met een panga, een soort kapmes, geslagen. Ik was nogal in shock van dit verhaal. Dit kon toch niet echt waar zijn? Hoe wist die hele groep mensen nou zo zeker dat dit een dief was? En je weet de beweegredenen van zo’n dief toch ook helemaal niet? Wat nou als hij stal om medicijnen voor zijn zieke moeder te kopen? Natuurlijk keur ik diefstal niet goed, maar jeetje, dit gaat wel heel erg ver. Later werd mij uitgelegd dat de mensen dit als een plicht zien om een dief zo te behandelen. De politie is hier zo corrupt als de pest, dus als hij de gevangenis in zou gaan, zou er met hem waarschijnlijk precies hetzelfde zou zijn gebeurd als met de zogenaamde ‘dick-cutter’; hij zou na één week alweer de gevangenis uit zijn. Uiteindelijk snap ik ergens wel dat men zoiets doet met zo’n dief, maar ik kan er toch niet helemaal bij met m’n verstand. Ik was wel een beetje van slag de hele dag.

Gelukkig gebeuren er ook hele leuke en/of grappige dingen hier. Niet alleen maar ‘heavy shit’. Malawianen geloven namelijk ook in hekserij. Té grappig al vraag je het mij.  Een member vertelde mij een lang en vaag verhaal over een heks die langs zijn huis kwam en dat zij kon zien dat iemand voor zijn huis met een luipaard voor zijn huis had gevochten. Daarnaast werd diezelfde member een keer midden in de nacht wakker omdat er een slang in zijn bed zat en wist hij 100% zeker dat er een spelletje met hem gespeeld werd door een heks. Ook vertelde weer iemand anders dat hij soms uit het niets een klap in zijn gezicht voelde. Dat waren dan geesten of misschien ook wel een heks die hem dat aandeden. Ik vind dit echt te hilarisch voor woorden, maar deze mensen geloven er heilig in, dus doe ik heel hard mijn best m’n gezicht dan in de plooi te houden.

Er zijn veel dingen waar ik soms moeite mee heb, of die ik mis, dan verlang ik naar die dingetjes die het in Nederland allemaal zo makkelijk maken. Tegelijkertijd zijn deze dingen geweldig om mee te maken. Echt te gek voor woorden. Het spreekwoord T.I.A., This Is Africa, past perfect bij dit soort situaties. Ik hoop dat mijn laatste maand nog heel lang gaat duren. Ik ben bang dat ik als ik met mijn ogen knipper alweer in het vliegtuig zit.

Heel veel liefs!

 

Nina

 

 

‘Hello! How are you?’

‘Hello! How are you?’ ‘I’m fine, thank you, how are you?’. Dit is het gemiddelde gesprek dat je met de gemiddelde Malawiaan op een gemiddelde dag zo’n dertig keer voert. Als azungu (in Malawi ben je een azungu en geen mzungu), word je natuurlijk ook nog eens drie keer zo vaak aangesproken op straat dan een akoeda (een Afrikaan). In Nederland zou het eigenlijk ondenkbaar zijn, dat je gewoon rustig door de stad aan het lopen bent en er wordt dertig keer naar je geroepen en gevraagd hoe het met je gaat. Aan de ene kant is het leuk, want mensen zijn wel echt heel vriendelijk, maar soms word je er ook wel echt helemaal gestoord van.

Vandaag waren er bijvoorbeeld twee hele irritante jongetjes die ons maar achter na bleven lopen en liepen te schreeuwen en gebaren naar ons. Na een tijdje wordt dat echt heel erg irritant, maar can you blame them? Als je er langer over nadenkt, is dat waarschijnlijk hun enige vermaak op zo’n dag, een beetje azungu’s pesten. Dan kan ik ze het toch ook weer niet kwalijk nemen. Laat ze maar lekker vervelend doen denk ik dan maar, hebben zij ook weer hun dagje.

Dit weekend ben ik naar Mulanje Mountain geweest. Misschien hebben jullie mijn foto op facebook al gezien! De regio coördinator, Judith, had me van tevoren gevraagd of ik bij Mulanje bij de watervallen wilde blijven om lekker te chillen en zwemmen of de berg in twee dagen op en af klimmen. In eerste instantie had ik gezegd dat ik liever wilde relaxen, maar eenmaal aangekomen bij Mulanje Mountain, heb ik toch maar besloten de berg te gaan beklimmen. Beetje onhandig van mij allemaal, want nu moest ik eerst nog eens eten zien te regelen voor op de berg en moest ik ook nog eens extra betalen én had ik helemaal geen bergschoenen. Dit is uiteindelijk allemaal goed gekomen en heb ik maar besloten de berg op mijn Vans (gympies) te beklimmen, want ‘dat kon ik wel’…

Rond 8 uur kon de tocht beginnen. Samen met Matthijs, Didy, een gids en wat ‘porters’ zouden we de berg op gaan. De rest bleef wijselijk bij de watervallen relaxen. We hadden deze zogenaamde porters om onze tassen te dragen. Eerst vond ik het nogal overdreven, iemand die je spullen voor je draagt. Maar toen ik eenmaal aan het klimmen was, pfoe! Het was alsof je constant een trap aan het beklimmen was, het gaat natuurlijk alleen maar bergopwaarts (duh we moesten de berg op zien te komen). Mijn gemis aan bergschoenen was hierbij echter niet het probleem, maar mijn conditie was er wel bar slecht aan toe… Ondanks dat, zijn we echt super snel die berg op gekomen! We hadden er zo’n 5 tot 6 uur over moeten doen, maar we waren al na 4,5 uur bij de top. Iets onder de top van de Mulanje Mountain stond een soort huisje. Matthijs zei nog super slim: ‘Het lijkt wel een berghut!’. Dat was het natuurlijk ook: een hut op een berg. In het hutje was geen elektriciteit en hoe erg ik er stiekem ook op had gehoopt, wist ik het eigenlijk van tevoren al, waren er ook geen wc en douche aanwezig. Dus huppa, vieze kleren uit en emmer water over jezelf heen gooien!

mulanje-mountain Die avond zouden we ook nog een korte wandeling maken naar de rand van de berg (zie foto facebook!). Super super mooi was dat, echt prachtig. Daar heb ik dan ook de mooiste zonsondergang ooit gezien, wauw! Toen we terug wilden lopen, was het natuurlijk pikkedonker. Daarnaast zaten we zo hoog, dat we door een wolk heen moesten lopen. Altijd al eens willen ervaren hoe dat voelde! Niet zo interessant helaas… Je krijgt er alleen maar een natte kop en een snotneus van.Maar om zo in het donker door de mist te lopen, gaf wel een heel spooky effect. We zaten er al over te fantaseren wat je zou doen als er op dat moment een zombie naar je toe zou stormen. We concludeerden dat je waarschijnlijk morsdood zou gaan.

Na de wandeling moesten we zelf koken. Omdat ik achteraf had besloten nog mee te gaan naar de top van de berg, had ik snel nog wat inkopen voor het avondeten gedaan. Ik gok dat de anderen daar stiekem wel blij mee waren, want anders hadden ze ingeblikte spaghetti bolognaise moeten eten… Jammie! Nu was het pasta met tomaten, tonijn en de voorgekookte gehaktballen uit het blik bolognaise geworden. We moesten koken op de open haard, hoe leuk is dat! Wanneer kook je nu op een open haard haha! ’s Nachts was het wel ijskoud, maar we hadden de dekens uit de andere kamers gestolen, dus we hebben het gelukkig kantje boord overleefd.

De dag erna werd de echte challenge voor ons: de afdaling. En dat was me toch een potje zwaar. Potjandrie. Toen had ik er toch wel echt baat bij gehad als ik wél bergschoenen had. We moesten echt van de meest steile wanden afdalen. Ik ging echt wel tien keer op m’n muil. Toen kreeg ik gelukkig wat hulp van een van de porters. Stiekem schaamde ik me wel een beetje. Ík moest zo nodig op m’n Vans die berg beklimmen en nu moest ik ook nog half naar beneden getild worden. Niet onbelangrijk om te melden dat de man die mij naar beneden hielp, ook nog eens drie tassen droeg. Uiteindelijk hadden we het steilste deel gehad en kon ik de rest gelukkig AALLLL BY MYYYSELF! Niet dat het niet zwaar was. Integendeel. Potjandrie 2.0.

Gelukkig werden we beneden rijkelijk beloond met een heerlijke pizza. Al die verbrande calorieën van de afgelopen twee dagen er in 10 minuten weer bij gegeten. I love it. De dag erna had ik wel echt zóveel spierpijn, niet te zuinig! Het was ook een zware tocht, maar het was het zeker weten waard, het was zo mooi en ook wel heel vet cool tof om een keertje te doen. Maar of ik het nog een keer zou doen… Hmmm, misschien over 10 jaar.

Twee dagen erna hadden we bij ons project een office meeting. Iedere dinsdagmiddag kiezen twee mensen een topic uit waar je dan over gaat discussiëren. Onderwerpen als abortus, homoseksualiteit maar ook dingen als bijvoorbeeld muziek worden dan besproken. Deze week hadden Gita en ik een onderwerp bedacht: liefde. Klinkt vrij simpel, maar daar valt hier met die Malawianen toch nog best over te praten. Mannen mogen ook hier, net als in Oeganda, meer dan één vriendinnetje/vrouw hebben. Wij probeerden duidelijk te maken, dat als het andersom zo zou zijn, zij dat ook niet leuk zouden vinden om je vriendin met andere mannen te moeten delen. Dat kwam er helaas bij hen niet in, er zijn namelijk meer vrouwen dan mannen in Malawi. Wel moesten we goed begrijpen dat het de vrouwen in Malawi zijn die áltijd vreemdgaan. Klinkt logisch! Ook geloofden de meeste mannen er niet in dat als een vrouw niet verliefd op hen was, het ze dan niet lukte de vrouw te veroveren. Als de vrouw niet verliefd op je is, máák je haar maar verliefd. Je koopt maar een paar appels voor haar en dan moet het zeker wel lukken. Zeker een interessante discussie was dat. Ik ben benieuwd naar het volgende topic!

Vandaag heb ik nog iets anders heel erg cools gedaan. We hadden vandaag de vrijwilligersdag, dan ga je in een busje langs alle andere projecten. Ik vond het eerlijk gezegd niet heel interessant, omdat je niet écht het project ziet, maar iedereen vertelt een beetje hetzelfde verhaaltje over hoe hun project in elkaar steekt. Die middag zouden we met diezelfde groep mensen ook nog naar een ziekenhuis gaan, waar ook een paar Nederlandse artsen werken. Daar gingen we… Bloed doneren! Ik heb mijn vader al lang geleden beloofd dat als ik 18 zou worden, wij samen bloed zouden gaan doneren. Tot dusver is dat nog niet gebeurd papa!!! Gelukkig gelukkig, heb ik vandaag voor de eerste keer in mijn leven bloed gedoneerd ☺. We kwamen aan in een soort ‘skeer’ laboratorium (als je niet weet wat skeer betekent, moet je even op het straatwoordenboek kijken. Ik weet er geen beter woord voor hehe). Ik was dolenthousiast, want ik vond het best wel leuk om te doen! Toen ik rondkeek in het lab, zag je een soort viezige koelkast staan met een paar bloedzakken erin, ewww! Sommigen van ons konden er ook niet zo goed tegen, maar ik vond het vrij hilarisch.

Ik ging als eerste om bloed te doneren. Eerst kreeg ik een miniprikje in m’n vinger en werd mijn hemoglobine gemeten (toch? Of zeg ik nu iets heel raars). Zeg maar waaraan ze kunnen zien hoeveel ijzer er in je bloed zit. Heet dat zo? Naja, maar ik had de hoogste waardes van de hele groep olé! Daarna werd m’n bloedende vinger op een blad op drie vlakjes gedrukt. Daarna een drupje vloeistof bij elk bloeddruppeltje en vervolgens even roeren met een stokkie. Eentje daarvan ging dan stollen en dat was dan je bloedgroep. Ik heb A positief oh yeah.

En toen ging het toch echt gebeuren. Mijn bloed werd afgetapt. Ik ging liggen op het bed liggen en er werd een grote naald in m’n ader geboord. En daar ging m’n bloed! Ik vind dat soort dingen dus echt totaal niet eng, ik vond het zelfs wel leuk om zo m’n bloed in een zakkie te zien stromen haha. Het moest 450 gram worden, maar uiteindelijk kwam er niet meer dan 340 gram uit m’n arm. Maar wie weet, misschien red ik daar wel een babyleven mee ☺! Er is hier namelijk bijna altijd tekort aan bloeddonaties, dus ik heb een goeie daad gedaan vandaag !

Wat een avonturen. Ik vermaak me prima hoor hier. De tijd vliegt echt als ik er zo over nadenk. Het lijkt wel gister dat ik afscheid nam op Schiphol! Aan de ene kant kijk ik uit naar het moment dat ik straks weer aankom op Schiphol. Hoe zal dat zijn? I’ll probably cry. Hahaha.
Tot ziens matties! Talk to you laterrrrrrrrr! xxxxxxxx

Malawi the warm heart of Africa

Mijn eerste weblog vanuit Malawi! En oh oh oh, wat heb ik toch alweer veel meegemaakt in één week. Het was een barre tocht hiernaar toe, maar ik ben heel aangekomen. Ik moest op 9 maart om 15:00u ’s middags eerst een uurtje naar Nairobi vliegen om een overstap te maken en vervolgens nog twee uurtjes naar Lilongwe in Malawi vliegen. Ik vond het nogal spannend om naar Malawi te vliegen. Ten eerste omdat ik niet eens wist hoe ik moest inchecken en hoe alles op een vliegveld werkt en ten tweede omdat in diezelfde week in Kenia de verkiezingen waren en ik maakte me er druk over dat er vanwege die verkiezingen allerlei enge dingen zouden gebeuren op het vliegveld (lees: bomexplosies, terroristische aanslagen, losgeslagen olifanten).
Ik moest dan ook zes uur lang op het vliegveld doorbrengen, terwijl de tijd dat ik daadwerkelijk door de lucht vloog slechts 3 uur bedroeg. Uiteindelijk viel het inchecken en de olifanten mee en ben ik er vanaf gekomen met een pinstoring op het vliegveld.

Daarna komen er een paar hele saaie momenten, zoals hoe ik aankwam op het vliegveld en kennismaakte met de eerste blankies en hoe lekker ik wel niet sliep met een kussen zo hard als een baksteen of hoe Anne een spin had gevonden met slagtanden. Ik wil gelijk beginnen met de eerste dagen van het project. Ik vond het spannend wat mij te wachten stond, want op dat project zal je nog twee maanden moeten verblijven! Aangekomen bij het huisje zijn er al gelijk vier of vijf lokale vrijwilligers die zich aan je voorstellen. Oh my, wat een namen. Mensen hebben wel bijzondere namen hier zoals: Gift, Darlington of Shaggy. Wel makkelijk te onthouden! Ze noemen de lokale vrijwilligers hier vaak de members van het project.

Er zijn bij mijn project LIYO bijna zo’n vijftien members. Echt super veel vergeleken met mijn vorige project, daar zaten er ‘maar’ zes. En daarnaast zijn bijna alle members hier mannelijk! We hebben ook twee zogenaamde huispapa’s. Zij maken drie maaltijden per dag voor je klaar en doen zelfs de afwas! Daarnaast heb ik hier wél elektriciteit en drinkwater. LUXE! En ik maar denken dat Malawi nog armoediger zou zijn dan Uganda :p. Helaas geldt hier ook weer een ernstig kakkerlakkenprobleem. Wanneer het donker wordt (al rond 18:30u), beginnen de kakkerlakken omhoog te kruipen via het gat in latrine. Dan krioelt het er weer van de kakkerlakken. Ik dacht toch echt dat ik over die angst heen was om tussen de kakkerlakken te piesen. Nu sta ik iedere avond alsnog een halfuur gillend voor het gat, om vervolgens toch te besluiten mijn behoefte ergens in de bosjes te doen.

Deze week hebben we vooral veel projectjes bekeken en niet bijzonder veel zelf gedaan. We zijn bijvoorbeeld langs de Elephant school geweest, een peuterschooltje. Daar hebben Gita en ik een beetje zitten kijken en buiten gespeeld met de kindertjes. Het valt ons heel erg op dat ze op die school echt hele domme liedjes en zinnetjes aan die kinderen leren. Bijvoorbeeld dat de leraren ze dingen leren opdreunen als: ‘This is my eyes, this is my ears etc.’ Dat is natuurlijk grammaticaal helemaal niet goed! Of de leraar zingt een raar liedje over dat een moeder naar Londen gaat en er een kindje gaat ophalen en dan zingen de kindjes er tussendoor: ‘Baby!’. Dan vraag je je toch af wat ze daar precies van moeten leren. Maar die kindjes die daar zitten zijn wel te schattig voor woorden, dus ik vermaak me prima.

We hebben ook geholpen een dag te repareren. Toen ik samen met Anne en een member, Mika, een boom ging omhakken, kwam ik twee mini-geitjes tegen. Té schattig. Ik neem later sowieso vijf geiten in mijn tuin. En dit verhaal gaat echt drie keer nergens over.
Ik vertel maar gauw verder over afgelopen weekend, voordat ik verder wegkwijn bij de gedachte aan baby-geitjes. Dit weekend ben ik zaterdag naar een markt geweest. Het zou echt helemaal the bomb zijn, maar dat was het niet. Wel heb ik een nieuwe ‘lappa’ gekocht. Als vrouw moet je hier rondlopen in een lange lap die je als rok ombindt. Ziet er wel heel leuk uit alleen je kan alleen nog maar waggelen als een eend.

Vandaag, zondag, zijn we naar de kerk geweest! Ja echt waar, geloof het of niet, ik ben naar de kerk geweest. Hoewel, het was meer een soort houten tent bij elkaar gehouden door wat plastic zeilen. En dát was me een bijzondere ervaring. Ik ben één keertje in Nederland in de kerk geweest, maar daar weet ik nauwelijks nog iets van, dus ik was heel benieuwd wat ik kon verwachten. Toen we binnenkwamen, gingen we vrij achterin zitten en zaten we nog te grappen dat als we het saai vonden, we nog ongezien weg konden glippen.

Maar na drie seconden werden we al naar voren gesleept en werden we op de voorste rij geplant. In Nederland gaat het er in de meeste kerken volgens mij vrij rustig aan toe. Hier schreeuwen ze de oren van je hoofd als ze een preek houden. Het leek ook bijna een soort toneelstuk dat ze opvoerden. Gelukkig werd alles nog wel vertaald in het Engels, anders zouden we ons rot hebben verveeld. Oh wacht, dat deden we ook. Aan het begin was het nog leuk, toen ze gingen zingen en dansen maar daarna… Echt alles werd dertig keer herhaald en ze zaten maar te gillen over wat de bijbel wel allemaal niet te zeggen had. Op een gegeven moment vertelde de priester dat hij een tripje naar Zuid-Afrika ging maken om een kerk te bezoeken en vroeg hij de mensen of ze hem geld wilden doneren. Vervolgens gingen mensen bieden hoeveel ze hem wilden geven en ze telden alle bedragen bij elkaar op. Uiteindelijk had die priester het voor elkaar gekregen zo’n 90.000 kwacha (180 euro) bij elkaar te krijgen. Wat. Ik word priester denk ik. Na een tijdje mochten twee van ons, als blanken, ook naar voren komen om even wat te zeggen.

Op een gegeven moment voelde Lisanne zich niet zo lekker en ze snelde naar buiten. Ik liep achter haar aan om te kijken hoe het met haar ging. We gingen even rustig zitten in het gras om bij te komen. Dan komt er een man naar ons toe om te vragen wat er met haar aan de hand is. ‘I have stomach pain’, zegt ze tegen die man. Vervolgens vraagt hij aan haar om haar hand op haar hart te leggen en haar ogen te sluiten. Vervolgens begint hij iets te schreeuwen van: ‘Get out stomach pain, GET OUT! Devil, you have to leave her body now!’. Terwijl hij dat zegt schudt ie haar hoofd heen en weer. Nadat hij hiermee klaar is, mompelen we een bedankje en proberen we te bevatten wat er zojuist gebeurde. We gaan gauw weer naar binnen en zitten nog een tijdje tot de kerkdienst is afgelopen.

Na de dienst willen we eigenlijk zo snel mogelijk de kerk uit, maar toen begon het plotseling heel hard te regenen. Misschien toch God die ons iets duidelijk wilde maken… We besluiten op een gegeven moment toch maar door de regen te banjeren en besluiten bij een of ander vaag tentje pizza te eten. Daarna wilden we terug naar het backpackershostel Packachere, maar toen zijn we totaaaal de weg kwijt geraakt. We hebben minsten een uur rondgelopen en aan tien mensen de weg gevraagd en ze stuurden ons allemaal de verkeerde kant op. Toch hadden we het zelf moeten weten, maar met vijf vrouwen de weg vinden is toch niet zo makkelijk. Wel hebben we weer een prachtig stukje natuur kunnen zien en dat was wel heel erg leuk.
Het was een heel avontuur deze zondag, maar ik weet in ieder geval zeker dat ik nooit meer hier naar de kerk ga! Ik ben benieuwd wat de komende week mij brengen zal. Ik ben deze zondag naar de kerk geweest én ik bid drie keer per dag. God zal nu toch iets leuks voor mij in petto moeten hebben!

Kusjes Nina Lake Malawi

Ik ben slecht in titels bedenken

Hello, my dear blog readers! Ik verveel mij. Daarnaast heb ik ook geen internet op dit moment. Aangezien het ook weer hoog tijd werd een nieuw blog te posten, voel ik mij zeer gedwongen weer eens te schrijven. Nu moeten jullie het niet zien alsof ik mezelf dwing tot stomme dingen doen, slechts omdat jullie weer zitten te smachten naar een nieuw verhaal. Ik doe dit echt volledig uit vrije wil. Vol-le-dig. Dus hier komt ‘ie hoor. Zitten jullie er weer helemaal klaar voor om een geweldig meemaaksel van Nina Leek te lezen? Want het wordt weer een tof verhaal hoor! (Bluf, bluf, ik ben op dit moment heel hard aan het nadenken hoe ik nu weer iets leuks kan verzinnen).

Afgelopen week hebben we het bij Chedra lekker rustig aan gedaan. Maar we zijn daarentegen zeker niet onproductief geweest! We hebben ondanks de relaxte sfeer van alles en nog wat gedaan. Aan het begin van de maand maken we een planning, maar de lokale vrijwilligers hadden ons hierbij ook heel stevig op het hart gedrukt dat we flexibel moesten zijn. En inderdaad, zouden we eigenlijk een wasrek gaan bouwen, blijkt het dat we toch opeens een les moeten gaan geven. Ik dacht van mezelf dat ik dat continue aanpassen lastig zou vinden, maar dat kwaaltje is hier in Uganda totaal verholpen. Gaan we vandaag 500 kuikens vaccineren? Okeeuuuuu. Moeten we 3 uur wachten tot de taxi komt? Okeeeeuuuu. Ik vind het tegenwoordig allemaal best.

We hebben inderdaad afgelopen week meer dan 500 kuikentjes gevaccineerd en geteld. Dan moesten we een druppeltje antibiotica in hun oogje druppelen. Daarnaast hebben we ook bordjes met teksten gemaakt voor de school waar we vaak zijn. Teksten als: ‘Aids kills’ en ‘Say no to sex’. Ik ben het er natuurlijk totaal mee eens dat je dit soort bordjes rondom een basisschool plant.

We zijn ook de ‘community’ ingegaan. Je komt dan langs een paar huisjes en moet vervolgens een barre lange tocht door de jungle maken terwijl je wild met een kapmes om je heen slaat om de tijgers van je af te houden om vervolgens bij een vervallen kleien huisje aan te komen. Hier ga je kijken wat deze mensen nodig hebben. Een paar voorwaarden voor een compleet huis zijn: een stove (een soort fornuis van klei), een afwasrek, een afvalgat, een washokje etc. De dagen hierna zou het dan de bedoeling zijn dat je deze dingen daadwerkelijk voor hen gaat bouwen. Dit is nog niet helemaal gebeurd. Wel hebben we zo’n 3000 pinda’s gedopt die we vervolgens zelf mee mochten nemen… Nu doe ik natuurlijk net alsof dit bezoek niemand iets heeft opgeleverd, behalve een paar pinda’s, maar dat is absoluut onwaar!

Toen wij namelijk richting een huis liepen kwamen we twee kleine jongetjes bij een watertank tegen. Deze twee waren ongeveer 3 en 5 jaar oud. En je zult het misschien niet geloven (misschien ook wel), maar deze jongetjes waren water aan het halen voor het hele ‘gezin’! En dan zijn er in Nederland soms kinderen van 6 die nog in een buggy zitten! Het woord gezin staat tussen haakjes want hun moeder heeft hen verlaten en de vader wil geen geld aan ze besteden om ze bijvoorbeeld naar school te laten gaan. Nu is het hun oma die voor ze zorgt. Deze vrouw heeft erg haar best gedaan ze naar school te kunnen laten gaan, maar op een gegeven moment was simpelweg haar geld op. Je kon ook wel duidelijk zien dat ze erg arm waren.

De kleren van de twee jochies was amper nog kleding te noemen. Het waren vieze flarden die om hun lichaampjes heen hingen. Daarnaast hadden ze van die verschrikkelijk dikke buikjes. Dit wees blijkbaar naast ondervoeding er ook op dat ze waarschijnlijk heel erg wormen hebben. Nu zijn wij met z’n allen naar de markt geweest en hebben we kleding voor ze gekocht! Daarnaast heeft Rianne ook de juiste medicijnen voor ze gekocht. Je had die gezichtjes moeten zien toen ze de kleding aantrokken! Ze waren zo blij. Het voelde echt zo goed om dit te doen. Rianne en Merel hebben van hun donatiegeld nog meer kleding gekocht om meer kinderen te helpen!

Dit weekend heb ik heerlijk gerelaxed aan Lake Nabugabu met een paar andere vrijwilligers. Helaas kun je hier beter niet in zwemmen, omdat er nog steeds gevaar voor bilharzia is, zo’n vies wurpje dat je lichaam in kruipt bah! Hoe lekker het water er ook uitzag, ik heb liever geen beesten in mijn lichaam :) .

Nu zit ik voor twee daagjes bij een ander project, Lwengo. Ik had veel goede verhalen over dit project gehoord en was sowieso ook heel benieuwd hoe het er bij andere projecten aan toe ging. De eerste dag dat ik hier aankwam hebben we maar een half dagje gewerkt. We gingen de ‘reading club’ doen. Geen idee wat ik me daarbij voor moest stellen. Ja lezen, duh. Maar het bleek uiteindelijk dat we in het Engels moesten voorlezen aan kinderen. Dat is alles wat ik te horen kreeg. Toen werd er een boek in m’n handen gedouwd en zo’n 20 kinderen bij me gedumpt en LET’S GO! Ik werd er echt bloednerveus van. Is er niemand die mij vertelt wat ik precies moet doen? En waarom zouden ze naar mij luisteren? Ik stond er nu voor de eerste keer toch echt helemaal alleen voor. Wow, best eng zeg. Ik zette me schrap en ik ben begonnen aan het voorlezen van een verhaal over een bruiloft.

De kinderen deelden ongeveer één boek met zijn vijven. Volgens mij volgden ze het hele verhaal niet echt. Ik heb daarna omstebeurt een kind uitgekozen die vooraan de klas een paragraaf mocht voorlezen. Al gauw kwam ik erachter dat je hierbij niet de hele klas goed kon betrekken en dat de meesten uit hun neus zaten te vreten. Toen heb ik zelf lastige woorden uit de tekst uitgekozen en op het bord geschreven en de kinderen het op de goede manier laten uitspreken.

Daarnaast probeerde ik ze ook woorden uit te leggen. Bijvoorbeeld het woord ‘wrapped’. Eerst vertelde ik dat je cadeautjes ‘wrapped’ zijn, maar zulke cadeaus kennen ze hier niet echt. Toen bedacht ik me dat ze hier ‘matoke’ maken, een soort bananenprutje. Dit maken ze door de bananen in bananenbladeren te doen. ‘Matoke is wrapped in banana leaves’ had ik er toen van gemaakt. Ik hoop echt dat ik ze toch iets heb geleerd door dit lesje! Misschien niet bizar veel, maar hopelijk wel net dat ene woordje ‘wrapped’ bijvoorbeeld! Uiteindelijk vond ik het super leuk om te doen, ondanks dat ik het zo eng vond :) .

Vandaag was ook een leuke dag. Het eerste dagdeel hebben we geholpen in een health-clinic. Een wat oudere dame die ook bij Lwengo zit, heeft baby’s gewogen en ik heb samen met Simone, een leuke meid van 17, de administratie van de vaccinaties van de babietjes bijgehouden. Dit was echt super om te doen! Moeders kwamen met de kindjes binnen en leverden een formulier in. Simone en ik zorgden er dan voor dat bepaalde gegevens werden opgeschreven. De zuster gaf de kinderen dan vervolgens de vaccinatie en soms mochten Simone en ik zelf ook vitamine A geven! Dit deden we door heeeel professioneel een soort capsule met een naald te doorboren en de inhoud hiervan in het mondje van de baby te druppelen. Het was misschien niet heel lastig werk, maar wel super interessant en leuk om een keer gezien te hebben!

Ik heb weer een paar bijzondere dingen meegemaakt, die ik niet gauw zal vergeten. Ook heb ik even terzijde nog cassave en suikerriet gegeten, twee dingen die ze hier heel vaak eten. Dat suikerriet lijkt op een soort bamboestengel. Het heeft een hele harde schors, maar de Ugandesen rukken dat er zo af met hun tanden. Dan zit er daarbinnen een soort… spul waar je op moet kauwen en weer uitspugen. Er komt een soort heerlijke zoete sap uit, die eigenlijk precies naar rietsuiker smaakt (oh echt waar?).

Tot dusver de meemaaksels van Leekie in Uganda. Mijn tijd in Uganda zit er over anderhalve week alweer op. Time flies! Dan ga ik naar Malawi. Ik ben zo benieuwd hoe ik de verschillen tussen deze twee landen zal ervaren! Ik hoop nog een blogje te gaan schrijven voor ik naar Malawi vertrek, maar misschien heb ik daar wel helemaal geen zin in joh. Hee, wel een beetje flexibel blijven he ;) .

Groetjes, Namiya!

Ugandese cultuur

image
Nu ik hier een maandje zit, leer ik de cultuur beetje bij beetje steeds beter kennen. Vooral omdat je vrijwilligerswerk doet en daardoor veel in contact komt met lokale mensen leer je de cultuur echt goed kennen.

Wij wonen ook midden in de ‘community’. Onze buren zijn bijna allemaal vrouwen. Twee van de vrouwelijke buren hebben een kind. En de man? Die is nooit te bekennen. De mensen die om ons heen wonen zijn arm, ze wonen in een huisje met één bed. Ons prullenbakje met plastic flessen, gebruikte papieren en etenswaren wordt dagelijks geplunderd.

De plastic flessen worden vaak hergebruikt om bijvoorbeeld olie in te bewaren. De papieren en soms zelfs koekverpakkingen worden gebruikt om de billen mee af te vegen… Vaak vinden wij de inhoud van onze prullenbak dus ook terug in de latrines.

Als wij eten of kleren of iets anders overhouden geven wij dit vaak aan onze buurvrouwtjes. En je moest eens weten hoe blij ze zijn met een lap stof!
Heel af en toe komt de man van een van deze vrouwen toch even langs. In Uganda mag een man meerdere vrouwen hebben. Vrouwen staan hier onder de man en elke vrouw moet respect hebben voor mannen, andersom niet natuurlijk… Als een vrouw een (oudere) man bezoekt of tegenkomt moet zij voor hem buigen. Soms moeten meisjes ook voor oudere vrouwen buigen. Als man hoef je voor niemand te buigen. Ik was ook laatst op een schooltje waar een klein meisje voor mij boog. Ik vond het zo verschrikkelijk om te zien en ik wist ook niet hoe ik ermee om moest gaan.

Toen wij aan onze lokale vrijwilligers vroegen waarom mannen meerdere vrouwen mogen hebben was het antwoord dat er meer vrouwen dan mannen op aarde waren en dat de vrouwen over de mannen verdeeld moesten worden. Er werd mij ook een verhaal verteld van een oude gewoonte. Wanneer je als vrouw in het openbaar fluit, dat ze dan je ‘private parts’ weg mogen halen… Vroeger geloofden vrouwen hier zelfs dat ze een snavel konden krijgen als ze in het openbaar floten!
Nog iets anders wat ik wel bijzonder vind hier, is dat je bij je geboorte een zogenaamde clan toegewezen krijgt.

Je kunt bijvoorbeeld bij de leeuwen-clan, harten-clan of een of andere planten-clan (en nog veel meer) horen. Je mag niet je eigen clan eten! Ik behoor bijvoorbeeld tot de ‘mamba-clan’, een soort vis en die mag ik dus niet eten. Als je iemand tegenkomt van dezelfde clan, dan is dat jouw broer/zus/vader/moeder etc.

Je mag nóóit met iemand van dezelfde clan trouwen! Toen onze projectleider, Moses, vroeg of wij ook clans in Nederland hadden, was hij helemaal verbaasd dat het niet zo was. ‘Maar dan plegen jullie toch incest?!’. Het gevolg van het plegen van incest is volgens Moses dat het bijvoorbeeld winter wordt in Nederland. Daarnaast kun je natuurrampen veroorzaken en krijg je half zwarte, half witte kinderen. Toch best bijzonder dan dat ik geen duopenotti kinderen ken in Nederland en nog nooit een tsunami heb meegemaakt.
Soms vind ik de cultuur moeilijk te bevatten, maar ik snáp het wel.

Het land loopt nog heel erg achter en is niet zo modern en geëmancipeerd als het Westen. Wat ik écht lastig vind, is dat ze ónze visie gewoon totaal niet snappen. Wanneer je hen probeert uit te leggen hoe sommige dingen in Nederland gaan, verklaren ze je voor gek.

Stel je voor dat er opeens iemand naar jou toe komt om jou te vertellen dat je kunt vliegen. Dan verklaar je ze ook voor gek, omdat jij dat nog nooit zo hebt meegemaakt en zo ben je ook niet opgevoed. Maar dit is juist waarom ik zo graag naar een Afrikaans land wilde. Toch geweldig om te zien hoe mensen aan de andere kant van de wereld over sommige dingen denken?

Nee, natuurlijk ben ik het er niet mee eens. Maar dat zet me ook aan het denken. Hoe ontzettend gelukkig mag ik (als vrouw) zijn dat ik in Nederland ben geboren! En hoe blij mag ik zijn dat ik gewoon overal mag fluiten waar ik wil! Lang leve Holland!

Kusjes, Namiya (mijn Ugandese naam)